Je bent voor jezelf begonnen en hoort dat je recht kunt hebben op zelfstandigenaftrek. Dat klinkt als een bedrag dat je aan het einde van het jaar terugkrijgt. Toch werkt het anders. De aftrek verlaagt de winst waarover je belasting betaalt. Het bedrag van de aftrek is dus niet hetzelfde als je belastingvoordeel.
Dat verschil is belangrijk als je bepaalt hoeveel je van je inkomsten opzij moet zetten. Ook de voorwaarden verdienen aandacht: een inschrijving bij de Kamer van Koophandel geeft niet automatisch recht op de regeling. Wat telt, is hoe jouw werk voor de inkomstenbelasting wordt beoordeeld en of je aan de overige eisen voldoet.
Eerst ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting
De zelfstandigenaftrek is bedoeld voor ondernemers in de inkomstenbelasting. Dat zijn bijvoorbeeld mensen met een eenmanszaak of vennoten in een vof die fiscaal als ondernemer worden gezien. De regeling is geen aftrekpost op het salaris dat je als directeur uit je eigen bv ontvangt.
De Belastingdienst kijkt naar de werkelijke situatie. Werk je zelfstandig, loop je ondernemersrisico en is er een onderneming die winst kan opleveren? Zaken zoals opdrachtgevers, investeringen en de omvang van je activiteiten kunnen daarbij een rol spelen. Eén los kenmerk beslist niet alles.
Een KvK-nummer of btw-nummer is daarom niet voldoende. Je kunt voor de btw ondernemer zijn, terwijl je inkomsten voor de inkomstenbelasting onder een andere categorie vallen. Ook het woord zzp’er op je website geeft geen zekerheid over je fiscale positie.
Twijfel je hierover, begin dan bij die vraag voordat je een aftrekbedrag in je begroting verwerkt. Anders reken je mogelijk op een voordeel waarop je geen recht hebt. Dat kan later een tegenvallende aanslag opleveren.
Hoeveel zelfstandigenaftrek geldt in 2026?
Voor het belastingjaar 2026 bedraagt de zelfstandigenaftrek €1.200. Had je op 1 januari 2026 de AOW-leeftijd al bereikt, dan geldt de helft: €600. Deze bedragen horen bij de winst die je in 2026 behaalt.
Dat laatste klinkt vanzelfsprekend, maar hier ontstaat gemakkelijk verwarring. Doe je in 2026 aangifte over 2025, dan gebruik je de regels en bedragen van 2025. Het jaar waarin je het formulier invult, bepaalt dus niet welke zelfstandigenaftrek geldt.
Controleer bij oude voorbeelden altijd het belastingjaar. De zelfstandigenaftrek is in de loop van de tijd verlaagd. Een berekening die een paar jaar geleden klopte, kan nu een veel te rooskleurig beeld geven van het bedrag dat je overhoudt.
De genoemde bedragen zijn de bedragen voor 2026. Bouw een begroting voor een volgend jaar op met de regels die voor dat volgende jaar gelden. Zeker bij een onderneming die nog moet starten, is het onverstandig een aftrekbedrag jarenlang als vast gegeven door te trekken.
Een aftrek van €1.200 is geen uitbetaling van €1.200
Stel dat je €30.000 fiscale winst hebt vóór ondernemersaftrek. Je voldoet aan de voorwaarden en hebt geen recht op startersaftrek. Na toepassing van €1.200 zelfstandigenaftrek blijft €28.800 over, voordat de overige relevante regels worden toegepast.
Je krijgt dus geen €1.200 op je rekening gestort vanwege deze aftrek. Er wordt gerekend met een lagere winst. Hoeveel belasting dat uiteindelijk scheelt, hangt onder meer af van je totale inkomen en de andere onderdelen van je aangifte.
Ook heffingskortingen en de mkb-winstvrijstelling spelen mee. Daardoor kun je het uiteindelijke voordeel niet altijd betrouwbaar vinden door de aftrek met één belastingpercentage te vermenigvuldigen. Bij hogere inkomens is bovendien het tarief waartegen de ondernemersaftrek voordeel geeft begrensd. Voor 2026 is die grens 37,56%.
Een bruikbaar onderscheid voor je eigen administratie is: omzet komt van je klanten, zakelijke kosten helpen je fiscale winst bepalen en de zelfstandigenaftrek verlaagt vervolgens onder voorwaarden die winst in de aangifte. De aftrek is zelf geen rekening die je hebt betaald.
Het urencriterium vraagt om echte gewerkte uren
Voor de gewone zelfstandigenaftrek moet je aan het urencriterium voldoen. Daarvoor moet je in een kalenderjaar minimaal 1.225 uur aan je onderneming besteden. Er geldt daarnaast doorgaans een eis over de verhouding tot je andere werkzaamheden. Voor starters bestaat op die tweede eis een uitzondering.
Niet alleen betaalde uren kunnen meetellen. Ook tijd voor administratie, klanten zoeken en andere werkzaamheden voor je bedrijf kan relevant zijn. Wel moet je kunnen onderbouwen dat je die tijd daadwerkelijk aan de onderneming hebt besteed.
Begin je later in het jaar, dan wordt de grens van 1.225 uur niet naar rato verlaagd. Wie in september begint, krijgt dus niet automatisch een derde van de jaargrens. Dat kan het verschil maken tussen wel en geen zelfstandigenaftrek, ook als de eerste maanden druk waren.
In welke uren meetellen voor het urencriterium lees je hoe je die beoordeling praktisch aanpakt. Houd je uren tijdens het jaar bij. Achteraf uit het hoofd een heel jaar reconstrueren geeft minder houvast en vergroot de kans op fouten.
Extra uren maken alleen om een aftrekpost te halen is ondertussen geen bedrijfsplan. De tijd moet bij echte werkzaamheden horen. Kijk vooral of de activiteiten je onderneming verder helpen en of de opbrengst opweegt tegen de tijd en kosten.
Starters kunnen een extra aftrek krijgen
Wie aan de voorwaarden voldoet, kan de zelfstandigenaftrek in 2026 verhogen met €2.123 startersaftrek. Voor iemand die bij het begin van het jaar nog niet de AOW-leeftijd had bereikt, komt de combinatie dan uit op €3.323.
Ook dit is een verlaging van de winst, geen vergoeding van gemaakte startkosten. De regeling is bedoeld voor kwalificerende starters en kan maximaal drie keer binnen de eerste vijf ondernemersjaren worden gebruikt. Niet iedere nieuwe inschrijving betekent dat je opnieuw begint met tellen.
Onder meer je ondernemerschap en het gebruik van zelfstandigenaftrek in de vijf voorafgaande jaren zijn van belang. Je moet recht hebben op zelfstandigenaftrek, in die voorafgaande jaren niet ieder jaar ondernemer zijn geweest en de aftrek daar maximaal twee keer hebben gebruikt. Bij een geruisloze terugkeer uit een bv gelden aanvullende beperkingen. Voor wie aan het begin van het jaar de AOW-leeftijd heeft bereikt, gelden lagere bedragen.
De kosten die je voor de start van je bedrijf hebt gemaakt, zijn een afzonderlijk onderwerp. Bewaar die stukken ook. In aanloopkosten van je onderneming lees je waarom een aftrekregeling geen vervanging is voor een goede registratie van echte zakelijke kosten.
Wat gebeurt er als je winst laag is?
Zonder recht op startersaftrek kan de zelfstandigenaftrek in beginsel niet hoger zijn dan je winst vóór ondernemersaftrek. Heb je bijvoorbeeld €800 winst en recht op €1.200 zelfstandigenaftrek, dan kun je daarvan in dat jaar €800 gebruiken. Het resterende deel van €400 verdwijnt niet automatisch.
Dat niet gebruikte deel kan onder voorwaarden worden verrekend in de volgende negen jaren. De Belastingdienst stelt het bedrag vast. Bewaar die beschikking en neem het mee bij volgende aangiften. Verrekening kan niet zomaar in ieder jaar: je moet onder meer opnieuw aan de voorwaarden voor zelfstandigenaftrek voldoen en voldoende winst hebben boven de aftrek van dat jaar.
Bij recht op startersaftrek werkt de beperking anders. De combinatie van zelfstandigenaftrek en startersaftrek kan dan hoger zijn dan de winst en een fiscaal verlies veroorzaken. Hoe dat verlies wordt verrekend, hangt af van je andere inkomsten en je situatie. Het betekent nog steeds niet dat de volledige aftrek wordt uitbetaald.
De mkb-winstvrijstelling komt daarna
Naast de zelfstandigenaftrek bestaat de mkb-winstvrijstelling. In 2026 is die 12,7% van de winst nadat de ondernemersaftrek is verwerkt. Je telt dus niet simpelweg 12,7% van je oorspronkelijke winst op bij de zelfstandigenaftrek.
Bij de eerder genoemde €30.000 winst blijft na €1.200 zelfstandigenaftrek €28.800 over. Als verder geen ondernemersaftrek geldt, wordt de mkb-winstvrijstelling over die €28.800 berekend. De volgorde beïnvloedt de uiteindelijke belastbare winst.
De mkb-winstvrijstelling kent bovendien andere voorwaarden. Voor die vrijstelling geldt geen urencriterium, maar je moet wel ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting. Mis je de urengrens, dan betekent dat dus niet automatisch dat iedere ondernemersregeling vervalt.
Reken met wat je echt kunt overhouden
Een belastingvoordeel is nuttig, maar je huur, boodschappen en verzekeringen betaal je met beschikbaar geld. Zet daarom niet minder belastinggeld opzij omdat je alleen de naam van een aftrekpost hebt gehoord. Laat eerst je verwachte winst en persoonlijke situatie samen doorrekenen.
Maak daarnaast onderscheid tussen winst en geld dat je kunt opnemen. Openstaande facturen, investeringen en toekomstige betalingen kunnen het beschikbare saldo sterk beïnvloeden. Daarover gaat ook winst maken en toch geld tekortkomen.
Wil je laten beoordelen welke ondernemersregelingen in jouw aangifte passen, dan kun je bij Farshad Bashir terecht voor aangifte inkomstenbelasting voor ondernemers. Daar worden je bedrijfsresultaat en privégegevens samen bekeken. Zo wordt een aftrekpost onderdeel van een begrijpelijke berekening van wat je werkelijk overhoudt.
