De kaartjes zijn verkocht, de vrijwilligers hebben opgeruimd en er blijft geld over voor het volgende project. Niemand krijgt een winstuitkering. Alles blijft bij de stichting. Dan voelt belasting over die opbrengst misschien als een rekening die bij een gewoon bedrijf hoort.
Maar ook een stichting kan voor de vennootschapsbelasting een onderneming drijven. Het maatschappelijke doel verandert dat niet vanzelf. En juist een geslaagde activiteit kan een belastingvraag opleveren die het bestuur bij de begroting nog niet had meegenomen.
Wat de stichting doet, weegt zwaarder dan wat er in de statuten staat
‘Wij hebben geen winstoogmerk’ is een begrijpelijk begin van het gesprek. Het zegt alleen nog niet genoeg over de belasting. De fiscus kijkt naar de activiteiten: hoe zijn ze georganiseerd, aan wie wordt iets geleverd en ontstaat er regelmatig een overschot?
Een stichting die jaarlijks betaalde creatieve workshops aanbiedt, zalen regelt, materialen inkoopt en deelnemers werft, kan daarmee een onderneming drijven. Dat de opbrengst naar buurtprojecten gaat, neemt de verkoop van die workshops niet weg.
Het omgekeerde geldt ook. Een stichting is niet automatisch een onderneming omdat ze geld ontvangt. Het verzamelen van echte giften zonder tegenprestatie is bijvoorbeeld geen ondernemingsactiviteit voor de vennootschapsbelasting. Je moet dus naar de aard van de inkomsten kijken, niet alleen naar het bedrag dat op de bankrekening binnenkomt.
Onbetaald werk is óók werk
Vrijwilligers kunnen de workshops geven, de planning maken en de verkoop verzorgen. Dat er geen salarissen worden betaald, betekent niet dat de stichting geen organisatie van arbeid en kapitaal heeft. Een zaaltje, materialen en georganiseerd vrijwilligerswerk kunnen daarvoor al voldoende zijn.
Komt daar dienstverlening tegen betaling aan deelnemers bij, en levert die regelmatig een overschot op, dan kan aan de voorwaarden voor een onderneming zijn voldaan. Ook als de statuten zeggen dat winst maken niet het doel is. Een terugkerend overschot telt bij die beoordeling zwaarder dan de naam die het bestuur eraan geeft.
Zelfs zonder regelmatige winst kan er soms belastingplicht zijn, als de activiteit in concurrentie kan treden met belaste commerciële aanbieders. ‘We draaien ongeveer quitte’ is daarom ook geen algemene vrijstelling.
Dat maakt vrijwilligerswerk niet minder waardevol. Het betekent dat een onbetaalde inzet en een fiscale onderneming naast elkaar kunnen bestaan. Ik zou als bestuur vooral willen weten welke activiteit de belastingvraag oproept, voordat ik het hele jaarresultaat probeer te duiden.
Het volgende project haalt de winst niet vanzelf weg
Neem een fictieve stichting met een betaalde workshopactiviteit. Over 2026 bedragen de opbrengsten €90.000 en de aftrekbare kosten €65.000. De fiscale winst is in dit voorbeeld na alle toepasselijke aftrek vastgesteld op €25.000. Het bestuur wil dat bedrag bewaren voor een gratis buurtprogramma in het volgende jaar.
Dat plan is een bestemming van de winst. Alleen het geld alvast een doel geven, maakt er nog geen aftrekbare kostenpost van. Een reserve in het bestuursverslag is niet automatisch een fiscale voorziening. Daarvoor gelden eigen voorwaarden.
De fiscale winst in de vier voorgaande jaren was telkens €14.000. Samen met de €25.000 in 2026 is dat €81.000. Daarmee valt de stichting buiten de gewone winstvrijstelling, die we hieronder toelichten. Voor dit voorbeeld zijn er ook geen andere vrijstellingen of verrekenbare verliezen. In 2026 bedraagt de vennootschapsbelasting over een belastbaar bedrag tot en met €200.000 19%. Over de €25.000 is dan €4.750 belasting verschuldigd. Van het overschot blijft na die belasting €20.250 over voor het plan.
Dat is het praktische risico: niet dat het doel ineens minder goed is, maar dat het bestuur €25.000 aan een nieuw project toezegt terwijl een deel daarvan nodig is voor belasting. Een resultatenrekening helpt de opbrengsten en kosten te volgen. Voor deze begrotingsbeslissing moet ook duidelijk zijn hoe het resultaat fiscaal wordt behandeld.
Belastingplicht betekent nog niet altijd een belastingrekening
Voor stichtingen en verenigingen met ondernemingsactiviteiten bestaat een winstvrijstelling. Onder de gewone regeling geldt die als de fiscale winst in een jaar niet hoger is dan €15.000. Is de winst hoger, dan kan de vrijstelling alsnog gelden als de winst van dat jaar en de vier voorafgaande jaren samen niet hoger is dan €75.000. Voor die vijfjaarstoets tellen verliesjaren als nul.
De €25.000 uit ons voorbeeld is dus op zichzelf onvoldoende om te bepalen of de stichting moet betalen. De winst over de eerdere jaren kan het verschil maken. Daarnaast kunnen specifieke vrijstellingen of aftrekregelingen van toepassing zijn. De uitkomst vraagt om de cijfers en activiteiten van die stichting, niet alleen om de rechtsvorm.
Belastingplicht gaat bovendien alleen over de ondernemingsactiviteiten. Houd die in de administratie gescheiden van activiteiten die geen onderneming vormen, met een passende verdeling van de bijbehorende kosten. Een aparte stroom echte donaties wordt niet ineens ondernemingswinst doordat dezelfde stichting ook workshops verkoopt. Wil je dit uitbesteden? Ik kan de administratie van je stichting verzorgen en de aangifte vennootschapsbelasting opstellen als je stichting aangifte moet doen.
En laat een uitnodiging voor een aangifte niet liggen omdat je denkt dat de stichting is vrijgesteld. Een uitnodiging betekent dat je aangifte moet doen. Blijkt de vrijstelling van toepassing, dan kan het te betalen bedrag alsnog nul zijn.
Zet bij de volgende bestuursbegroting daarom naast ‘wat willen we met het overschot doen?’ ook de vraag ‘welk bedrag is na belasting beschikbaar?’. Die tweede vraag voorkomt dat een goed plan wordt gebouwd op geld dat al een andere bestemming heeft.

