Startersaftrek in 2026: wanneer heb je recht en wat levert het op?

Farshad Bashir

Farshad Bashir
Een vrouw bekijkt drie blanco kaarten naast een notitieboek, rekenmachine en stofstalen.

Je begint voor jezelf en hoort dat je recht kunt hebben op startersaftrek. Dat klinkt als een bedrag dat je terugkrijgt. In werkelijkheid is het een extra aftrek van je winst, met voorwaarden die je per aangiftejaar moet controleren.

Voor 2026 bedraagt de gewone startersaftrek € 2.123. Dat is geen vergoeding voor je eerste aankopen en ook geen automatische beloning voor een nieuwe KVK-inschrijving. Je ondernemerschap, uren en fiscale geschiedenis bepalen of je de aftrek kunt gebruiken.

Startersaftrek komt bovenop de zelfstandigenaftrek

De gewone startersaftrek is een verhoging van de zelfstandigenaftrek. Voor die zelfstandigenaftrek moet je ondernemer zijn voor de inkomstenbelasting en aan het urencriterium voldoen. Pas daarna komt de vraag of je ook als starter voor de extra aftrek in aanmerking komt.

In 2026 is de zelfstandigenaftrek € 1.200 voor een ondernemer die aan het begin van het jaar nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt. Samen met € 2.123 startersaftrek gaat het dan om € 3.323. Voor wie op 1 januari al de AOW-leeftijd heeft bereikt, gelden lagere bedragen.

Het is dus nuttig om de twee regelingen uit elkaar te houden. ‘Ik ben net begonnen’ is niet voldoende voor beide. Mijn uitleg over de zelfstandigenaftrek behandelt de basis. In dit artikel draait het om wat de startersregeling daaraan toevoegt.

Die toevoeging verandert ook niet je omzet of banksaldo. Je past de aftrek toe bij het bepalen van de belastbare winst in de aangifte inkomstenbelasting. De uitkomst van de hele aangifte bepaalt vervolgens wat je moet betalen of terugkrijgt.

Welke jaren tellen mee voor je recht?

Bij de gewone startersaftrek kijk je niet alleen naar het jaar waarin je voor het eerst een visitekaartje liet maken. Je kijkt naar de vijf voorafgaande kalenderjaren en naar je fiscale positie in die jaren.

Je moet in minstens één van die vijf jaren geen ondernemer voor de inkomstenbelasting zijn geweest. Daarnaast mag je in die voorafgaande vijf jaren niet meer dan twee keer zelfstandigenaftrek hebben toegepast. In het aangiftejaar zelf moet je recht hebben op zelfstandigenaftrek.

Ook mag er in het aangiftejaar of in de vijf voorafgaande jaren geen sprake zijn geweest van een geruisloze terugkeer uit een bv. Dat is een bijzondere fiscale omzettingsregeling. Komt zo’n omzetting in je verleden voor, laat dan de voorwaarden afzonderlijk beoordelen.

De gebruikelijke samenvatting is dat een starter de aftrek maximaal drie keer in de eerste vijf ondernemersjaren kan gebruiken. Voor jouw aangifte is de concrete terugblik belangrijker dan die korte samenvatting. Een jaar met een inschrijving is niet altijd hetzelfde als een jaar waarin je fiscaal ondernemer was.

Bewaar een overzicht van je eerdere aangiften

Maak een klein overzicht met per kalenderjaar drie antwoorden: was je ondernemer voor de inkomstenbelasting, voldeed je aan het urencriterium en is zelfstandigenaftrek toegepast? Gebruik hiervoor je aangiften en aanslagen, niet alleen je herinnering.

Stel dat je in 2023 begon, maar toen niet aan het urencriterium voldeed. In 2024 en 2025 gebruikte je wel zelfstandigenaftrek. Voor 2026 kijk je dan naar 2021 tot en met 2025. Als je in die periode maximaal twee keer zelfstandigenaftrek gebruikte en aan de overige voorwaarden voldoet, kan startersaftrek in 2026 nog mogelijk zijn.

Dit voorbeeld betekent niet dat een ongebruikt jaar automatisch een tegoedbon voor later oplevert. De voorwaarden worden ieder jaar opnieuw getoetst. Ook kunnen wettelijke bedragen en regelingen veranderen. Je spaart dus geen drie vrij inzetbare bedragen op.

Een eerdere eenmanszaak kan eveneens meetellen in je geschiedenis. Een andere handelsnaam, nieuwe activiteit of hernieuwde inschrijving wist het verleden niet zomaar uit. Neem oude aangiften daarom mee wanneer je opnieuw begint.

Het urencriterium blijft een afzonderlijke voorwaarde

Voor de gewone startersaftrek moet je via de zelfstandigenaftrek voldoen aan het urencriterium. De belangrijkste grens is 1.225 uur aan je onderneming of ondernemingen in het kalenderjaar. Begin je later in het jaar, dan wordt die grens niet naar rato verlaagd.

Een start op 1 september betekent dus niet dat je maar vier twaalfde van 1.225 uur hoeft te halen. Dat kan het eerste jaar lastig maken, zeker wanneer je daarnaast een baan hebt. Een drukke agenda in de laatste maanden is op zichzelf nog geen onderbouwing voor alle opgegeven uren.

Bij bepaalde starters geldt de extra eis om meer tijd aan de onderneming dan aan ander werk te besteden niet. De grens van 1.225 uur blijft dan wel bestaan. Bekijk dus welke onderdelen van de toets voor jouw jaar gelden.

Niet alleen betaalde klanturen zijn relevant. Ook echte tijd voor offertes, administratie en andere ondernemingswerkzaamheden kan meetellen. Alleen bereikbaar zijn zonder te werken is iets anders. Mijn artikel over welke uren meetellen gaat dieper in op de registratie en onderbouwing.

Een aftrek van € 2.123 is geen terugbetaling van € 2.123

Neem een eenvoudig voorbeeld voor 2026. Een ondernemer onder de AOW-leeftijd heeft € 25.000 winst vóór ondernemersaftrek. Er zijn geen andere onderdelen van de ondernemersaftrek in dit voorbeeld en aan alle voorwaarden is voldaan.

Na € 1.200 zelfstandigenaftrek resteert € 23.800. Met de extra € 2.123 startersaftrek resteert € 21.677. Dat is de tussenstand vóór de mkb-winstvrijstelling en verdere onderdelen van de aangifte. Het bedrag is dus nog niet de definitieve belastbare winst of de te betalen belasting.

Het voordeel hangt af van het verdere inkomen en de belastingberekening. Ook heffingskortingen en eventuele toeslagen kunnen samenhangen met de uitkomst. Het is daarom te eenvoudig om één belastingpercentage op € 2.123 los te laten en dat voor iedere starter als gegarandeerde besparing te presenteren.

De volgorde speelt eveneens een rol. De mkb-winstvrijstelling wordt berekend na de ondernemersaftrek. Vergelijk bij een echte berekening dus de volledige uitkomst met en zonder het recht op startersaftrek, niet twee losse bedragen uit verschillende stappen.

Wat als je winst lager is dan de aftrek?

Normaal is de zelfstandigenaftrek begrensd door de winst vóór ondernemersaftrek. Voor iemand die recht heeft op startersaftrek geldt die winstbeperking niet op dezelfde manier. De zelfstandigenaftrek en startersaftrek kunnen samen groter zijn dan de winst.

Stel dat de winst vóór ondernemersaftrek in 2026 € 2.000 is. Met in totaal € 3.323 aan beide aftrekken wordt de tussenstand € 1.323 negatief, vóór verdere fiscale verwerking. Er kan daardoor een fiscaal verlies ontstaan.

Dat is geen bewijs dat er € 1.323 van je bankrekening is verdwenen. Een fiscaal verlies en een tekort aan geld zijn verschillende dingen. De onderneming kan bijvoorbeeld positieve kasontvangsten hebben terwijl aftrekposten de fiscale uitkomst verlagen.

Verliesverrekening kan vervolgens invloed hebben op andere inkomsten uit werk en woning of op andere jaren. De precieze uitwerking hangt af van de volledige aangifte. Trek het negatieve bedrag daarom niet zonder meer af van iedere belastingrekening die je nog hebt liggen.

Je kunt de startersaftrek niet zomaar bewaren

Als je voor een jaar recht hebt op startersaftrek, wordt deze bij de zelfstandigenaftrek opgeteld. Je kunt niet kiezen om voor datzelfde jaar wel zelfstandigenaftrek te gebruiken en de bijbehorende startersaftrek achterwege te laten omdat je later meer winst verwacht.

Dit is een reden om vooraf goed te begrijpen wat een regeling doet. Het is geen beleggingsrekening waarop je een bedrag laat staan totdat het rendement gunstiger is. De regeling volgt de voorwaarden van het aangiftejaar.

Merk je achteraf dat een eerdere aangifte mogelijk verkeerd is ingevuld, laat dan controleren wat nog kan worden aangepast. Kijk daarbij ook naar de gevolgen voor latere jaren. Een wijziging in de geschiedenis kan immers veranderen hoeveel eerdere toepassingen bij de toets meetellen.

Let op het verschil tussen 2026 en plannen voor later

De bedragen en voorbeelden in dit artikel gaan over 2026. Op Prinsjesdag 2026 is voorgesteld de startersaftrek in 2027 te verlagen naar € 10 en vanaf 2028 af te schaffen. Op de publicatiedatum van dit artikel, 21 september 2026, gaat het om plannen die nog parlementaire goedkeuring vereisen.

Begroot daarom niet automatisch meerdere toekomstige jaren met € 2.123 extra aftrek. Controleer voor ieder aangiftejaar welke regeling definitief geldt. Een recht op basis van je ondernemersgeschiedenis garandeert niet dat toekomstige wetgeving dezelfde bedragen behoudt.

Laat een belastingvoordeel ook niet de enige reden zijn om eerder te beginnen, onnodige kosten te maken of werk aan te nemen. Een levensvatbare onderneming moet passen bij je klanten, prijs en beschikbare tijd. Een tijdelijke aftrek kan helpen, maar repareert geen structureel verliesgevend plan.

Neem je geschiedenis mee naar de aangifte

Verzamel je jaarcijfers, urenonderbouwing en aangiften van de vijf voorafgaande jaren. Noteer daarnaast wanneer je eerder ondernemer was en of er een bv-omzetting speelde. Zo voorkom je dat de beoordeling alleen op de laatste inschrijfdatum wordt gebaseerd.

Ik verzorg aangiften inkomstenbelasting voor ondernemers en beoordeel daarbij welke ondernemersregelingen passen bij je situatie. Ook je andere inkomsten en privégegevens horen bij die beoordeling. Het doel is een aangifte waarin de winst, voorwaarden en eerdere jaren op elkaar aansluiten, met een uitkomst die je begrijpt.

Algemene informatie; geen persoonlijk financieel of fiscaal advies.