Met een optie kun je het recht kopen om later aandelen tegen een afgesproken prijs te kopen of te verkopen. Met een future ga je een verplichting aan. Dat verschil is de eerste stap om derivaten te begrijpen. Het bepaalt wat je betaalt, waar je aan vastzit en hoeveel je kunt verliezen.
Derivaten zijn contracten waarvan de waarde samenhangt met iets anders, zoals een aandeel, beursindex of grondstof. Ze kunnen een risico afdekken, maar ook een grote gok op een kleine koersbeweging mogelijk maken. Hetzelfde soort contract kan daardoor bij de ene belegger bescherming bieden en bij de andere juist het risico vergroten.
Waarom zou iemand een derivaat gebruiken?
Een graanproducent wil weten welke prijs hij later voor zijn oogst krijgt. Een voedselbedrijf wil de inkoopprijs beheersen. Met een termijncontract kunnen ze een prijs vastleggen, zodat hun bedrijfsresultaat minder afhankelijk wordt van de marktprijs op dat latere moment.
Een particuliere belegger kan iets vergelijkbaars doen met aandelen. Wie een pakket bezit en een daling wil begrenzen, kan een verkooprecht kopen. Daar betaal je voor, net zoals bescherming tegen andere risico’s geld kost. Stijgt de beurs, dan kan die bescherming achteraf onnodig lijken. Dat maakt de oorspronkelijke keuze nog niet zinloos.
Je kunt zo’n contract ook kopen zonder iets te bezitten dat bescherming nodig heeft. Dan neem je een positie in omdat je verwacht aan een koersbeweging te verdienen. Er verdwijnt geen bestaand risico; je voegt een nieuwe kans op winst én verlies toe.
Ik begin bij derivaten daarom graag met één vraag: welk risico wil je hiermee veranderen? Wie dat niet kan uitleggen, heeft weinig aan een aantrekkelijk winstpercentage op het handelsplatform.
Een call geeft een kooprecht, een put een verkooprecht
Bij een optie spreekt de markt een uitoefenprijs en een einddatum af. De koper betaalt een premie voor het recht. Een call geeft het recht om de onderliggende waarde tegen de uitoefenprijs te kopen. Een put geeft het recht om die tegen de uitoefenprijs te verkopen.
Als koper hoef je dat recht niet te gebruiken. Is het ongunstig, dan kan de optie waardeloos aflopen. Voor de optie zelf is je verlies bij een volledig betaalde gekochte optie beperkt tot de premie en kosten. Dat zegt niets over het risico van eventuele aandelen die je ernaast bezit of een positie die na uitoefening ontstaat.
Een standaard aandelenoptie heeft vaak betrekking op 100 aandelen. Een premie van €2 betekent dan €200 per contract, niet €2. Controleer altijd de contractgrootte: er bestaan afwijkende en aangepaste contracten. Juist dit kleine detail kan een order honderd keer groter maken dan je dacht.
De einddatum heet de expiratie. Afhankelijk van het contract kun je een optie alleen op die datum of ook eerder uitoefenen. Verkopen op de beurs is iets anders dan uitoefenen: je draagt dan het optiecontract over in plaats van het koop- of verkooprecht te gebruiken.
Bescherming kopen: een voorbeeld met een put
Stel dat je 100 aandelen koopt voor €50 per stuk. Je investering is €5.000. Je koopt daarnaast een put met een uitoefenprijs van €45 voor dezelfde 100 aandelen. De premie is €2 per aandeel, dus €200. Samen heb je €5.200 uitgegeven.
Daalt het aandeel op de einddatum naar €35, dan zijn je aandelen nog €3.500 waard. Het verkooprecht tegen €45 vertegenwoordigt op dat moment €1.000: het verschil van €10 maal 100 aandelen. Samen kom je uit op €4.500. Vergeleken met je totale uitgave van €5.200 is je verlies €700.
Zonder put was je verlies op de aandelen €1.500 geweest. De bescherming heeft de klap in dit voorbeeld dus beperkt. Zij heeft niet ieder verlies weggenomen: het verschil tussen je aankoopprijs en de beschermde verkoopprijs blijft voor jouw rekening, net als de betaalde premie.
Stijgt het aandeel op de einddatum naar €60, dan zijn de aandelen €6.000 waard en loopt de put waardeloos af. Tegenover je totale uitgave van €5.200 staat dan €800 winst. Zonder put zou je €1.000 hebben verdiend. Dit voorbeeld laat transactiekosten, dividend en belasting buiten beschouwing en rekent uitsluitend op de einddatum.
De koers goed voorspellen is niet altijd genoeg
Bij opties tellen naast de richting ook de omvang en het moment van de beweging. Stel dat een aandeel €50 kost en je een call koopt met uitoefenprijs €55. De premie is €2 per aandeel en het contract gaat over 100 aandelen. Je betaalt €200.
Op de einddatum staat het aandeel op €56. Je voorspelling dat de koers zou stijgen was goed: het aandeel steeg 12%. Toch is de call dan maar €100 waard, namelijk €1 per aandeel. Je verliest €100 van de betaalde premie, vóór kosten. Voor quitte spelen op de einddatum is in dit voorbeeld €57 nodig.
Vóór de einddatum bestaat een optieprijs ook uit tijdswaarde. Hoeveel tijd resteert en hoeveel beweging de markt verwacht, beïnvloedt die prijs. Daardoor kan een optie duurder of goedkoper worden zonder dat het aandeel even sterk beweegt. Je kunt de waarde vóór expiratie dus niet uitsluitend uit de uitoefenprijs afleiden.
Wie vooral denkt dat aandelen op langere termijn zullen herstellen, heeft met een kortlopende call een extra voorwaarde toegevoegd: het herstel moet snel genoeg komen. De vraag of je aandelen moet kopen als de beurs daalt vraagt al om een plan. Een optie voegt daar een klok aan toe.
Een optie verkopen kan iets heel anders betekenen
Een optie die je eerder hebt gekocht weer verkopen sluit je positie. Een optie schrijven betekent dat je als verkoper een verplichting aangaat en daarvoor premie ontvangt. In een ordervenster kunnen die handelingen op elkaar lijken, terwijl het risico sterk verschilt.
De schrijver van een call moet bij toewijzing de afgesproken levering nakomen. Heeft die schrijver de aandelen niet, dan kan een sterke koersstijging tot zeer grote verliezen leiden. Het verlies op een ongedekte geschreven call is theoretisch onbeperkt. De ontvangen premie is dus geen veilige rentevergoeding.
Ook het schrijven van een put kan tot grote verliezen leiden als de onderliggende waarde hard daalt. Je ontvangt dan wel premie, maar neemt ook een verplichting over. Het beperkte verlies van een gekochte optie geldt niet automatisch voor degene die die optie schrijft.
Bij een future staat een verplichting centraal
Een future is een gestandaardiseerd termijncontract. De koper en verkoper leggen een toekomstige transactie vast. Afhankelijk van het contract gebeurt de uiteindelijke afwikkeling met levering of met een betaling van het prijsverschil. Lees daarom wat het contract precies volgt en hoe het afloopt.
Voor een future betaal je meestal niet vooraf de volledige waarde waarop het contract betrekking heeft. Je houdt een waarborg aan, de margin. Dat is geen aankoopprijs en ook geen garantie dat je verlies daarbij stopt. Winsten en verliezen worden bij futures dagelijks verrekend.
Neem een fictief contract dat €10 per indexpunt beweegt. Daalt de index 20 punten terwijl jij een kooppositie hebt, dan is je verlies €200. De omvang van je gestorte waarborg verandert die rekensom niet. Bij een grotere beweging groeit het verlies mee en kan extra geld nodig zijn.
Zo ontstaat een hefboom: met relatief weinig gestort geld heb je blootstelling aan een veel grotere onderliggende waarde. De verdere gevolgen van bijstorten en gedwongen verkopen bespreek ik in marginverplichtingen bij beleggen.
Wat controleer je voordat je een order plaatst?
Schrijf vooraf in gewone woorden op wat het contract doet. Welke onderliggende waarde hoort erbij, hoeveel daarvan vertegenwoordigt één contract en wanneer eindigt het? Leg vervolgens vast wat er gebeurt bij een sterke daling, een sterke stijging en een vrijwel onveranderde koers.
Neem ook de praktische uitvoering mee. Een groot verschil tussen koop- en verkoopprijs kost geld. Bij weinig handel kan uitstappen lastig zijn. Een bescherming die volgende maand afloopt, helpt niet tegen een daling drie maanden later. En een contract op een brede index volgt jouw losse aandelen niet precies.
Bepaal ten slotte of je het risico kunt dragen zonder spaargeld voor vaste lasten te gebruiken. Begrijpen hoe een constructie werkt is iets anders dan rustig blijven als de waarde hard beweegt. De invloed van emoties bij beleggen wordt door een hefboom eerder groter dan kleiner.
Je hoeft geen derivaten te gebruiken om een beleggingsplan te hebben. Kun je de maximale schade, verplichtingen en einddatum van een contract niet helder uitleggen, stel de order dan uit. Een concreet antwoord op die drie vragen is nuttiger dan een ingewikkelde constructie die vooral slim klinkt.

