Vijf vakantiedagen verkopen voor €1.000 bruto. Dat klinkt als een aardige aanvulling op je salaris. Maar als de loonstrook komt, staat er nog geen €500 extra onderaan. Waar is de rest gebleven?

De verleiding is groot om te denken dat de Belastingdienst een speciaal, hoog tarief heeft voor vrije dagen. Toch bestaat er geen aparte eindbelasting op uitbetaalde vakantiedagen. Wat je ziet, is een inhouding die alvast rekening probeert te houden met de belasting over je extra inkomen. En die kan inderdaad hoger zijn dan je verwacht.

Hoe €1.000 bruto €495,30 op je rekening wordt

Neem een fictieve werknemer die in Nederland woont, nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt en bij deze werkgever loonheffingskorting gebruikt. Voor de tabel voor bijzondere beloningen is zijn jaarloon €60.000. De werkgever biedt voor 40 bovenwettelijke vakantie-uren €25 bruto per uur. Dat aanbod komt uit op €1.000 bruto; de €25 is een gekozen bedrag voor dit voorbeeld, geen wettelijke vergoeding per vakantie-uur.

In de Nederlandse witte tabel voor bijzondere beloningen van 2026 hoort bij deze situatie een standaardtarief van 37,56% plus een verrekeningspercentage voor de loonheffingskorting van 12,91%. Samen is dat 50,47%.

De inhouding op €1.000 is dan €504,70. Er blijft €495,30 over, als we andere mogelijke inhoudingen buiten dit voorbeeld laten. Het percentage zegt dus niet dat je gewone salaris voortaan voor de helft wordt belast. Het gaat om de inhouding op deze extra betaling.

Die extra 12,91 procentpunt is ook geen straf voor het verkopen van je vakantie. Heffingskortingen zijn kortingen op je belasting. Bij een hoger inkomen kunnen ze afnemen. Extra loon kan daardoor op twee manieren doorwerken: je betaalt belasting over het extra bedrag én je krijgt minder korting. De tabel verwerkt beide effecten.

De loonstrook rekent vooruit, de aangifte rekent af

Een incidentele uitbetaling van ongebruikte vakantiedagen valt volgens het Handboek Loonheffingen onder de bijzondere beloningen. Voor de inhouding gebruikt de werkgever een jaarloon dat doorgaans op je loon bij die werkgever in het voorgaande kalenderjaar is gebaseerd. Als je daar nog geen volledig jaar werkte, gelden andere berekeningsregels.

Dat is een praktische manier om belasting in te houden, geen complete berekening van jouw jaar. Misschien ben je minder gaan werken, heb je een tweede baan of heb je aftrekposten. Loonbelasting is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Bij de aangifte wordt de ingehouden loonbelasting verrekend met de belasting die hoort bij je werkelijke jaarinkomen en persoonlijke situatie.

Je kunt daardoor geld terugkrijgen, maar ook moeten bijbetalen. Een hoge inhouding is op zichzelf geen bewijs dat je te veel belasting hebt betaald. Ik zou een verwachte teruggaaf dus niet alvast uitgeven. Wil je de uitbetaling samen met je andere inkomsten en aftrekposten laten beoordelen, dan kan ik helpen met je aangifte inkomstenbelasting.

Er kan bovendien buiten de loonstrook iets veranderen. De uitbetaling verhoogt je belastbare loon en kan daarmee je toetsingsinkomen voor toeslagen verhogen. Volgens Dienst Toeslagen moet je een gewijzigde inkomensschatting doorgeven. Krijg je door het hogere jaarinkomen minder toeslag, dan staat dat verlies niet als inhouding op deze loonstrook.

Niet iedere vrije dag staat te koop

Eerst moet er wel iets zijn dat je mág verkopen. In Nederland bouw je bij een volledig gewerkt jaar minimaal vier keer je wekelijkse arbeidsduur aan wettelijke vakantie-uren op. Werk je 32 uur per week, dan is dat 128 uur. Bij vijf werkdagen van acht uur per week zijn het 160 uur, oftewel twintig dagen. De regel gaat over uren, niet over twintig dagen voor iedereen.

Deze wettelijke uren mag je tijdens je dienstverband niet laten uitbetalen. Alleen bij het einde van je contract kunnen ook resterende wettelijke vakantie-uren in geld worden afgerekend. Bovenwettelijke uren, de extra vakantie boven het minimum, kunnen wel worden afgekocht als jij en je werkgever dat afspreken. Geen van beiden kan de ander daartoe verplichten. De Rijksoverheid beschrijft dat onderscheid.

Vraag dus om een uitsplitsing van je verlofsaldo en een bruto-nettoberekening voor de uren die je wilt verkopen. Controleer ook welke vergoeding je contract of cao voorschrijft. Het gaat hier om vakantiedagen, niet om het vakantiegeld dat je naast je salaris ontvangt.

Daarna komt de keuze die geen belastingtabel voor je maakt. In ons voorbeeld ruil je vijf dagen van acht uur in voor €495,30 op je rekening: €99,06 per vrije dag, vóór een eventuele afrekening of verandering in toeslagen. Voor dat bedrag blijf je werken op dagen waarop je anders met behoud van loon vrij was geweest. Vind je die €99,06 belangrijker dan de dag zelf? Dat is een veel bruikbaardere vraag dan of €1.000 bruto aantrekkelijk klinkt.