Toetsingsinkomen schatten: hoe voorkom je dat je toeslagen moet terugbetalen?

Twee mensen leggen blanco kaartjes op een houten tafel met een notitieboek, een potlood en twee mokken.

Een salarisverhoging, een extra opdracht of minder uren werken kan je toeslagen veranderen. Toch is het bedrag op je bankrekening niet het inkomen dat hiervoor telt. Wat moet je dan wel doorgeven, en hoe maak je een bruikbare schatting?

Je krijgt iedere maand toeslag en hebt die meegenomen in je huishoudbudget. Dan blijkt na afloop van het jaar dat je minder recht had dan gedacht. Het geld is al gebruikt voor de huur of zorgverzekering. Een terugbetaling voelt dan als een nieuwe rekening, terwijl het eigenlijk gaat om een eerder ontvangen voorschot.

Je kunt niet iedere verandering vooraf voorzien. Wel kun je begrijpen welk inkomen meetelt en je schatting bijwerken zodra je meer weet. Dat geeft meer grip dan wachten op de definitieve berekening.

Wat is toetsingsinkomen precies?

Toetsingsinkomen is het jaarinkomen waarmee Dienst Toeslagen je recht op toeslagen berekent. Doe je aangifte inkomstenbelasting? Dan is het uiteindelijk meestal het verzamelinkomen op je definitieve belastingaanslag. Dat is het totaal van je belastbare inkomen uit de verschillende belastingboxen, na de aftrekposten die daarvoor gelden.

Doe je geen aangifte? Dan wordt uitgegaan van je belastbare loon. Je vindt dit op je jaaropgave, soms onder de naam fiscaal loon of loon voor de loonheffingen. Heb je meerdere werkgevers of uitkeringsinstanties, dan moet je die inkomsten samen bekijken.

Het is dus niet je nettoloon. Ook je bruto maandsalaris maal twaalf is niet altijd de juiste uitkomst. Vakantiegeld, een bonus, een bijtelling of aftrekposten kunnen het verschil maken. Heffingskortingen verlagen de belasting die je betaalt, maar zijn geen aftrekpost die je van je toetsingsinkomen haalt.

Drempelinkomen is weer een ander begrip

In je belastingaangifte kun je ook het woord drempelinkomen tegenkomen. Dat is het totaal van je inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3, maar vóór de persoonsgebonden aftrek. Tot die laatste groep horen bijvoorbeeld bepaalde zorgkosten en giften. Andere aftrekposten kunnen dus al wel zijn verwerkt.

Het drempelinkomen wordt onder meer gebruikt om te bepalen welk deel van bepaalde uitgaven je mag aftrekken. Bij specifieke zorgkosten en gewone giften geldt bijvoorbeeld een inkomensafhankelijke drempel. De precieze berekening verschilt per aftrekpost. Ook het inkomen van een fiscale partner kan daarbij meetellen.

Een eenvoudig voorbeeld: je drempelinkomen is € 48.000. Stel dat je vervolgens € 3.000 aan toegestane persoonsgebonden aftrek volledig met dat inkomen kunt verrekenen. Zonder andere verschillen komt je verzamelinkomen dan op € 45.000. Bij een gewone situatie met een belastingaangifte is dat laatste bedrag het uitgangspunt voor je toetsingsinkomen.

Gebruik voor toeslagen dus niet automatisch een bedrag met het etiket drempelinkomen. En trek zorgkosten of giften niet zomaar volledig van je inkomen af. Eerst moet vaststaan welk deel fiscaal aftrekbaar is. De namen lijken op elkaar, maar de bedragen hebben verschillende functies.

Je schat vooraf en rekent achteraf af

Tijdens het jaar staat je definitieve inkomen nog niet vast. Daarom geef je een schatting door. Je mag die zelf maken en moet haar aanpassen als de verwachtingen veranderen. Een bedrag dat al in Mijn toeslagen staat, is geen bevestiging dat het voor jouw huidige situatie klopt.

De maandelijkse toeslag is doorgaans een voorschot. Na afloop wordt met de definitieve gegevens berekend waarop je recht had. Heb je te veel gekregen, dan kan een terugbetaling volgen. Heb je te weinig ontvangen, dan kan er juist een nabetaling komen.

Geef het inkomen voor het hele kalenderjaar op, ook wanneer je maar een paar maanden toeslag krijgt. Alleen het loon optellen uit de maanden waarin je toeslag ontvangt, kan een te lage schatting opleveren. De periode waarin je recht hebt en het inkomen waarmee wordt gerekend zijn verschillende dingen.

Begin bij wat je al weet

Pak je laatste loonstrook erbij. Kijk hoeveel fiscaal loon je dit jaar al hebt ontvangen en tel daarbij op wat je voor de resterende maanden verwacht. Gebruik niet zomaar het bedrag dat je werkgever netto overmaakt.

Neem vervolgens de extra betalingen mee die je nog verwacht, zoals vakantiegeld, een eindejaarsuitkering of een bonus. Controleer of zo’n bedrag al in het opgebouwde fiscale loon zit. Anders tel je het twee keer. Bij een andere werkgever, een uitkering of een bijbaan kijk je naar alle inkomsten samen.

Een oude jaaropgave kan helpen als je werk en inkomen nauwelijks zijn veranderd. Bij meer uren, een nieuwe baan of onbetaald verlof is die vooral een vertrekpunt. Je huidige afspraken vertellen dan meer dan het bedrag van vorig jaar.

Bewaar kort waarop je schatting is gebaseerd. Bijvoorbeeld: loon tot augustus, vier verwachte maandsalarissen en nog te ontvangen vakantiegeld. Je hoeft dan bij de volgende wijziging niet opnieuw uit te zoeken waar je was gebleven.

Een salarisverhoging halverwege het jaar

Neem een vereenvoudigd voorbeeld. Eva ontvangt van januari tot en met juni iedere maand € 2.500 fiscaal loon. Vanaf juli wordt dat € 2.900. Daarnaast verwacht ze over het hele jaar € 2.592 aan vakantiegeld dat nog niet in die maandbedragen zit.

Haar schatting is dan zes keer € 2.500, plus zes keer € 2.900, plus € 2.592. Dat komt uit op € 34.992. Dit voorbeeld laat alleen zien hoe je perioden optelt. Andere inkomsten en eventuele fiscale correcties zijn buiten beschouwing gelaten.

Alleen haar nieuwe maandloon maal twaalf nemen zou haar inkomen overschatten. Blijven rekenen met haar oude jaarloon zou het onderschatten. De verandering raakt de resterende maanden, maar de schatting gaat over het hele jaar.

Ontvangt Eva later ook een bonus, dan werkt ze het totaal opnieuw bij. Een schatting is geen getal dat je één keer in januari invult en daarna moet verdedigen. Het is je beste verwachting op dat moment.

Als je ondernemer bent

Bij een ondernemer is de omzet niet hetzelfde als het toetsingsinkomen. Van omzet naar winst moet je eerst rekening houden met zakelijke kosten. Vervolgens kunnen fiscale regels en andere inkomsten het belastbare jaarinkomen veranderen. Ook de winst uit je administratie is daarom niet automatisch het bedrag voor toeslagen.

Een privéopname uit je bedrijf bepaalt evenmin hoeveel inkomen je voor toeslagen hebt. Je kunt weinig overmaken naar je privérekening en toch een hogere belastbare winst hebben. Andersom zegt een ruim banksaldo niet dat alles winst is. Dat verschil bespreken we ook in het artikel over winst maken en toch geld tekortkomen.

Werk met een verwachting voor het hele jaar en vergelijk die regelmatig met je administratie. Een kwartaalcontrole kan praktisch zijn. Komt er tussendoor een grote opdracht bij of valt een belangrijke klant weg, wacht dan niet tot het volgende vaste controlemoment.

Het inkomen van je partner kan meetellen

Heb je een toeslagpartner, dan telt diens toetsingsinkomen doorgaans mee. Voor huurtoeslag kan ook het inkomen van medebewoners van belang zijn. Daarvoor gelden eigen regels en uitzonderingen. Alleen jouw loon controleren is dan onvoldoende.

Samenwonen, trouwen of uit elkaar gaan kan veranderen wie meetelt. Heb je slechts een deel van het jaar een toeslagpartner, dan moet je de jaarinkomens én de juiste partnerperiode doorgeven. Ga niet zelf het jaarinkomen naar een paar maanden omrekenen zonder te controleren wat gevraagd wordt.

Een huisgenoot is niet altijd een toeslagpartner. En fiscaal partnerschap is niet in iedere situatie hetzelfde als partnerschap voor toeslagen. Lees bij een verandering in je huishouden ook wat samenwonen betekent voor belasting en toeslagen.

Buitenlands inkomen en spaargeld

Buitenlands inkomen kan meetellen, ook wanneer Nederland daar niet op dezelfde manier inkomstenbelasting over heft. Denk aan een buitenlands pensioen of loon uit een ander land. Bij een verhuizing over de grens verdient het jaarinkomen daarom extra aandacht. Alleen de Nederlandse jaaropgave gebruiken kan te beperkt zijn.

Spaargeld is op zichzelf geen loon. Wel kan belastbaar inkomen uit vermogen onderdeel zijn van je verzamelinkomen. Daarnaast hebben sommige toeslagen een aparte vermogensgrens. Een passende inkomensschatting betekent dus niet automatisch dat je recht hebt op toeslag.

Ook andere voorwaarden blijven gelden, zoals je woonsituatie, zorgverzekering of kinderopvang. Je inkomen is een belangrijk deel van de berekening, maar geen volledige toelatingstest.

Hoe voorzichtig moet je schatten?

Bij wisselende inkomsten is een voorzichtige schatting aan de hogere kant vaak prettiger dan rekenen met het gunstigste scenario. Dat kan de kans op terugbetalen verkleinen. Het kan ook betekenen dat je tijdelijk minder toeslag ontvangt terwijl je het geld goed kunt gebruiken.

Kies daarom geen willekeurig hoog bedrag om alle onzekerheid weg te drukken. Maak een onderbouwde verwachting en schrijf op waar de onzekerheid zit. Wordt een extra opdracht waarschijnlijker, pas dan aan. Valt die definitief weg, dan kun je opnieuw rekenen.

Een kleine reserve kan helpen om een verschil op te vangen. Die vervangt het doorgeven van wijzigingen niet. Het doel is dat je huishoudbudget niet volledig afhankelijk wordt van een voorschot waarvan je zelf al vermoedt dat het te hoog is.

Geef een wijziging echt door

Een nieuwe berekening in je eigen overzicht verandert nog niets bij Dienst Toeslagen. Werk het geschatte jaarinkomen bij in Mijn toeslagen of de app Toeslagen en controleer of de wijziging is verwerkt. Bekijk ook de andere gegevens als je situatie is veranderd.

Lukt het niet om loon, winst, partnerinkomen en aftrekposten bij elkaar te brengen? Farshad Bashir biedt hulp bij het aanvragen of wijzigen van toeslagen. Daarbij worden het verwachte inkomen en de persoonlijke omstandigheden samen bekeken.

Je hoeft het jaar niet perfect te voorspellen. Een begrijpelijke schatting die je op tijd bijwerkt, is al veel bruikbaarder dan een oud bedrag waarvan niemand meer weet waarop het is gebaseerd.

Algemene informatie; geen persoonlijk financieel of fiscaal advies.