Je wilt later genoeg geld hebben om prettig te leven. Misschien bouw je weinig pensioen op via je werk, ben je zelfstandig ondernemer of heb je een tijd minder gewerkt. Een lijfrente kan dan een manier zijn om zelf extra inkomen voor later op te bouwen.
Het belastingvoordeel maakt deze vorm van sparen of beleggen aantrekkelijk. Toch is dat niet de enige vraag. Je moet ook weten hoeveel je mag aftrekken, wanneer je bij het geld kunt en welke onzekerheden je accepteert. Een goede pensioenkeuze past zowel bij later als bij het leven dat je nu leidt.
Begin met wat er al voor je klaarstaat
Bekijk eerst welke AOW en welk pensioen je al hebt opgebouwd en wat je naar verwachting nog opbouwt. Je pensioenoverzicht kan daarbij een beginpunt zijn. Heb je in het buitenland gewerkt, verzamel dan ook de gegevens uit die periode. Niet alles staat vanzelf in één Nederlands overzicht.
Vergelijk dat inkomen met de uitgaven die je later verwacht. Sommige kosten kunnen lager worden, bijvoorbeeld doordat een lening is afbetaald. Andere blijven bestaan of nemen toe. Wie nu huurt, kan niet zonder meer aannemen dat wonen na pensionering veel goedkoper wordt.
Je hoeft daarvoor niet te voorspellen wat een brood over twintig jaar kost. Het gaat eerst om de grote lijnen: wonen, dagelijkse uitgaven, zorg, vervoer en ruimte voor dingen die je graag doet. Kijk naar bedragen op een vergelijkbare basis. Een bruto pensioenbedrag vergelijken met je huidige netto-uitgaven geeft een vertekend beeld.
Wat is een lijfrente eigenlijk?
Bij een lijfrente zet je geld opzij in een product dat aan fiscale voorwaarden voldoet. Dat kan bijvoorbeeld via een verzekeraar, een geblokkeerde spaarrekening of een beleggingsrekening voor lijfrente. Je bouwt een bedrag op dat later wordt gebruikt voor periodieke uitkeringen.
Er zijn dus twee fasen: eerst opbouwen, daarna laten uitkeren. Hoe die uitkering werkt, hangt af van het product en de wettelijke regels. Een uitkering kan voor een bepaalde periode lopen of aan het leven van de verzekerde zijn gekoppeld. De ingangsdatum en de duur kun je niet volledig vrij kiezen.
Het woord pensioenbeleggen wordt vaak gebruikt voor beleggen binnen zo’n fiscale rekening. De naam alleen zegt niet of een product bij je past of hoeveel je kunt aftrekken. Een gewone beleggingsrekening waarop je zelf het etiket pensioen plakt, krijgt niet vanzelf dezelfde belastingbehandeling.
Je mag niet zomaar iedere inleg aftrekken
Voor de gebruikelijke lijfrenteaftrek als aanvulling op je pensioen moet je voldoende fiscale ruimte hebben. Die wordt berekend aan de hand van onder meer je inkomen en pensioenopbouw. Ook iemand in loondienst kan ruimte hebben, maar dat is niet automatisch zo.
De jaarruimte geeft aan hoeveel aftrekruimte voortkomt uit je situatie in het voorgaande jaar. Voor jaarruimte in 2026 kijk je dus naar de relevante gegevens van 2025. Heb je eerder ruimte niet gebruikt, dan kun je die onder voorwaarden nog benutten via de reserveringsruimte. Daarvoor wordt gekeken naar niet-gebruikte jaarruimte uit de voorgaande tien jaar.
Dat is iets anders dan zelf vinden dat je later te weinig pensioen krijgt. Een persoonlijk tekort in je huishoudbegroting en een fiscaal berekende aftrekruimte zijn twee verschillende vragen. Je kunt extra geld nodig hebben voor later en toch minder aftrekruimte hebben dan je zou willen.
Bereken de ruimte voordat je stort. Het maximum geldt voor je lijfrenteproducten samen. Open je twee rekeningen, dan verdubbelt je aftrekruimte niet. Voor de gewone jaar- en reserveringsruimte hoort de aftrek bij het jaar waarin je betaalt, binnen de daarvoor geldende grenzen.
Belastingvoordeel nu betekent niet belastingvrij voor altijd
Een aftrekbare storting verlaagt je belastbare inkomen in box 1. Het bedrag dat je daardoor minder aan belasting betaalt, hangt af van je situatie. Denk aan je inkomen, belastingtarieven en heffingskortingen. Reken daarom niet alleen met het hoogste tarief dat je ergens in een tabel ziet.
Een eenvoudig rekenvoorbeeld maakt het verschil duidelijk. Stel dat je € 2.400 stort en de uiteindelijke belastingbesparing in jouw berekening € 840 bedraagt. Dan is de netto-uitgave € 1.560, maar staat de volledige € 2.400 in het lijfrenteproduct. Dit is een voorbeeld met aangenomen bedragen, geen vast voordeel dat iedere deelnemer krijgt.
Over de latere uitkeringen betaal je in beginsel inkomstenbelasting. Je verschuift dus een deel van de belastingheffing naar later. Hoe gunstig dat uitpakt, hangt ook af van je andere inkomen en de regels op dat moment. Een lager belastingtarief na pensionering is geen zekerheid.
Een lijfrente die aan de voorwaarden voldoet, valt tijdens de opbouw in beginsel buiten je gewone box 3-vermogen. Dat kan een bijkomend voordeel zijn. Maar een fiscale besparing maakt een duur of ongeschikt product niet vanzelf een goede keuze.
Houd geld voor onverwachte uitgaven beschikbaar
Het belangrijkste verschil met vrij sparen is dat het geld vastzit aan het doel en de voorwaarden. Je kunt het niet behandelen als een rekening waaruit je naar behoefte een verbouwing, rustige werkperiode of nieuwe auto betaalt.
Afkopen of buiten de voorwaarden geld opnemen kan leiden tot inkomstenbelasting en daarnaast revisierente. Dat is een extra fiscale heffing die samenhangt met het eerder genoten voordeel. Er bestaan uitzonderingen, bijvoorbeeld voor bepaalde kleine lijfrenten en bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Die moet je vooraf laten beoordelen; ze zijn geen algemene nooduitgang.
Zorg daarom eerst voor een bedrag dat direct beschikbaar blijft. In ons artikel over een passende spaarbuffer lees je hoe je dat aan je eigen risico’s kunt koppelen. Vooral bij een wisselend ondernemersinkomen is het verstandig om belastingreserves, de buffer en pensioeninleg afzonderlijk te bekijken.
Een lijfrente opnemen bij langdurige arbeidsongeschiktheid
Kun je door ziekte langere tijd niet volledig werken, dan kan een uitzondering gelden voor het opnemen van lijfrentegeld. Onder voorwaarden betaal je daarover geen revisierente. Inkomstenbelasting blijft in beginsel wel verschuldigd. Heb je eerdere inleg niet afgetrokken, dan kan dat invloed hebben op welk deel belast is.
Je moet bij de opname jonger zijn dan de AOW-leeftijd. Daarnaast is bewijs nodig van je arbeidsongeschiktheid. Dat kan een artsenverklaring zijn waaruit blijkt dat je je hoofdberoep nu en de komende twaalf maanden niet volledig kunt uitoefenen. Hoofdberoep betekent hier de werkzaamheden waarmee je ten minste 70 procent van je totale inkomen verdient. Ook bewijs dat je een periodieke arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt of gaat ontvangen kan voldoen. Bespreek dit vooraf met de aanbieder en lever de stukken vóór de uitbetaling aan.
Voor 2026 is de jaarlijkse grens € 51.440. Een hoger bedrag kan mogelijk zijn als je gemiddelde relevante inkomen over 2024 en 2025 hoger ligt. Bij die berekening telt per jaar maximaal € 137.800 aan inkomen mee. Laat de berekening maken met de juiste inkomensgegevens; het gaat niet om je omzet of om vrij te kiezen nettobedragen.
Je hoeft niet je hele lijfrente ineens op te nemen. Gedeeltelijke en meerdere opnames zijn mogelijk, maar de bedragen die je in hetzelfde kalenderjaar onder deze regeling opneemt worden samen beoordeeld. Een tweede rekening geeft dus geen tweede jaargrens. Kom je boven de voor jou geldende grens, dan kan over het meerdere alsnog revisierente verschuldigd zijn.
Vraag vóór een besluit hoeveel je netto ontvangt, welke kosten de aanbieder rekent en hoeveel pensioenvermogen overblijft. € 20.000 uit een lijfrente halen is niet hetzelfde als € 20.000 beschikbaar krijgen voor je huishouden. En geld dat je nu gebruikt, kan later geen pensioenuitkering meer financieren. De uitzondering kan helpen in een moeilijke periode, maar vraagt daarom ook een blik op je inkomen voor later.
Sparen en beleggen hebben verschillende onzekerheden
Bij een lijfrentespaarrekening zijn de renteafspraken van belang. Bij een lijfrentebeleggingsrekening hangt de waarde af van beleggingen, kosten en marktontwikkelingen. Het saldo kan dalen. Een lange looptijd maakt een goed resultaat niet gegarandeerd.
Tegelijk heeft weinig risico nemen ook een keerzijde. Als de opbrengst onvoldoende meegroeit met prijzen, koop je later minder voor hetzelfde bedrag. Het gaat dus niet alleen om het vermijden van koersdalingen, maar ook om de kans dat je doel onvoldoende wordt gefinancierd.
Vergelijk kosten in euro’s én percentages, de beleggingen, eventuele garanties en de manier waarop risico wordt aangepast richting de uitkeringsfase. Vraag ook wat er gebeurt bij overlijden of als je wilt overstappen. Kijk voor de rol van tijd naar onze uitleg over samengestelde rente, met de kanttekening dat rendement geen vaste jaarlijkse lijn volgt.
Je hoeft niet meteen maximaal in te leggen
Een maximale aftrekbare storting kan fiscaal aantrekkelijk lijken, maar moet ook betaalbaar zijn. Bij onregelmatige inkomsten kan een bescheiden vaste inleg met een latere aanvulling beter werkbaar zijn dan een hoog maandbedrag dat je voortdurend moet terugschroeven.
Bekijk de mogelijkheden opnieuw als je van baan verandert, minder gaat werken of een grote uitgave verwacht. Pensioenopbouw is geen beslissing die je één keer neemt en vervolgens nooit meer bekijkt. Ook de aftrekruimte en je persoonlijke behoefte kunnen veranderen.
Een combinatie kan logisch zijn: een deel voor pensioen binnen de fiscale voorwaarden en een deel vrij beschikbaar houden. Daarmee geef je verschillende soorten geld ieder een duidelijke functie. Dat voorkomt dat je later wel vermogen hebt, maar nu onnodig in de knel komt.
Laat de rekensom aansluiten op je leven
Voor een berekening heb je onder meer inkomensgegevens, informatie over je pensioenopbouw en eerdere lijfrentestortingen nodig. Wil je ongebruikte ruimte meenemen, dan zijn ook oudere jaren relevant. Bewaar de berekening samen met betaalbewijzen en aangiften.
Voor een berekening van je jaarruimte, reserveringsruimte en belastingeffect kun je terecht bij Farshad Bashir. Hij biedt ook het vergelijken van situaties, zoals minder werken of inkomen uit werk en pensioen combineren. Dat helpt om de fiscale kant concreet te maken voordat je een bedrag vastzet.
De productkeuze vraagt daarnaast om aandacht voor kosten, risico en uitkeringsvoorwaarden. Het doel is niet simpelweg zoveel mogelijk aftrek krijgen. Het doel is extra inkomen voor later opbouwen op een manier die je nu kunt betalen en onderweg kunt volhouden.
