Samengestelde rente: waarom tijd belangrijker kan zijn dan rendement

Illustratie van een uitrollende papieren spiraal in groene en warme tinten

De eerste rente op je spaargeld komt helemaal van het bedrag dat je zelf hebt ingelegd. Laat je die rente staan, dan verandert er iets: ook de bijgeschreven rente kan voortaan rente opleveren. In het begin gaat dat om kleine bedragen. Na veel jaren kan het verschil aanzienlijk worden.

Dat is samengestelde rente. Bij beleggen wordt meestal gesproken over samengesteld rendement, omdat de groei niet alleen uit rente bestaat, maar ook uit bijvoorbeeld herbelegde dividenden en koersveranderingen. Ook dan kan je eerdere opbrengst nieuwe opbrengst opleveren. Bij beleggen kan de waarde alleen ook dalen.

Hoe langer de opbrengst kan meegroeien, hoe groter het verschil kan worden. Maar een berekening is geen belofte. De rente of het beleggingsrendement kan anders uitvallen dan je vooraf dacht.

Wat er na het eerste jaar verandert

Neem €10.000 en veronderstel voor de uitleg een vast rendement van 5% per jaar. Na één jaar is er €500 bijgekomen en staat er €10.500. In het tweede jaar wordt 5% over dat hogere bedrag berekend. De opbrengst is dan €525, waardoor het totaal €11.025 wordt.

Van die tweede opbrengst komt €500 van de oorspronkelijke inleg en €25 van de opbrengst uit het eerste jaar. Je hebt voor die €25 niets extra ingelegd. Je ontvangt dus ook opbrengst over de opbrengst van vorig jaar.

Haal je de jaarlijkse opbrengst steeds van de rekening en levert dat opgenomen geld verder niets op, dan groeit het oorspronkelijke bedrag niet. Bij gelijkblijvende 5% ontvang je ieder jaar €500. Je ontvangt dan alleen rente over je oorspronkelijke inleg. Samengestelde groei ontstaat wanneer de opbrengsten onderdeel blijven van het bedrag dat verder kan groeien.

De 5% is in dit artikel uitsluitend een rekenaanname. Het is geen voorspelling van een beleggingsresultaat. Alle bedragen zijn afgerond; tussentijdse opnames ontbreken tenzij anders vermeld.

Tien, twintig en dertig jaar

Met dezelfde €10.000 en elk jaar precies 5% ziet de uitkomst er als volgt uit. De kolom zonder herbeleggen telt de oorspronkelijke €10.000 en alle apart gehouden jaaropbrengsten bij elkaar op.

PeriodeMet herbeleggenZonder herbeleggen
10 jaar€16.289€15.000
20 jaar€26.533€20.000
30 jaar€43.219€25.000

Na tien jaar is het verschil €1.289. Na dertig jaar is het ruim €18.000. Het percentage is geen moment verhoogd. Het verschil groeit doordat de opbrengst telkens wordt berekend over een groter bedrag.

De laatste tien jaar voegen in dit voorbeeld ongeveer €16.686 toe. De eerste tien jaar voegen ongeveer €6.289 toe. In de laatste jaren is er meer geld opgebouwd. Hetzelfde percentage levert daardoor een groter bedrag op.

Je kunt de eindwaarde berekenen door het beginbedrag voor ieder jaar met 1,05 te vermenigvuldigen. De formule vat het proces samen, maar laat niet zien of je het geld zo lang kunt missen. Dat is minstens zo belangrijk als de uitkomst op je scherm.

Vroeg beginnen tegenover later meer inleggen

Veel mensen starten niet met €10.000. Zij bouwen vermogen op met een maandbedrag. Dan krijgt iedere inleg zijn eigen groeitijd. Het eerste bedrag kan tientallen jaren meedoen; de laatste storting bijna niet.

Vergelijk twee fictieve spaarders of beleggers die op hetzelfde moment hun geld willen gebruiken. De eerste legt dertig jaar lang aan het einde van iedere maand €200 in. De tweede begint tien jaar later en legt daarna twintig jaar lang €300 per maand in. Beiden leggen in totaal €72.000 in.

We rekenen met 5% groei per jaar. Voor de maandelijkse berekening komt dat neer op ongeveer 0,4074% per maand. De maandelijkse opbrengst blijft steeds staan. Kosten en belastingen zijn nog niet verwerkt.

De vroege starter eindigt dan op ongeveer €163.075. De latere starter komt uit op ongeveer €121.741. Het verschil van ruim €41.000 ontstaat ondanks een gelijke totale inleg. Het geld van de vroege starter heeft gemiddeld langer kunnen groeien.

Om in twintig jaar bij dezelfde aannames ongeveer het eindbedrag van de vroege starter te bereiken, zou de latere starter circa €402 per maand moeten inleggen. Dat is meer dan €300, maar maakt meteen duidelijk dat later beginnen niet zinloos is. Je moet dan meer per maand opzijzetten om hetzelfde doel te halen.

Een vergelijking als deze is geen oordeel over levenskeuzes. Wie eerst een onzekere periode moet overbruggen, kinderen verzorgt of nauwelijks kan sparen, kan gemiste jaren niet met terugwerkende kracht invullen. Het nuttige deel is wat er vanaf nu mogelijk is.

Tijd helpt, maar maakt rendement niet onbelangrijk

De titel zegt bewust dat tijd belangrijker kan zijn dan rendement. Tien extra jaren kunnen veel doen, maar het percentage blijft bepalend. Een hoger rendement dat werkelijk wordt behaald, geeft een andere uitkomst. Maar rekenen met een hoger percentage zorgt er niet voor dat je dat ook verdient.

Een late start kan verleiden tot veel meer risico. Je rekent dan bijvoorbeeld met een hoog rendement omdat je anders je doel niet haalt. Maar die gewenste uitkomst maakt het rendement niet waarschijnlijker. Je kunt door extra risico juist verder van je doel raken.

Kijk liever naar wat je zelf kunt aanpassen: hoeveel je inlegt, welke kosten je betaalt en hoe lang je het geld kunt missen. Het toekomstige beleggingsrendement kun je niet bepalen. Langere tijd kan ruimte geven om schommelingen op te vangen, maar garandeert geen positief eindresultaat.

Een gemiddeld rendement is geen rechte lijn

Een belegging stijgt zelden iedere maand met hetzelfde percentage. En een eenvoudig gemiddelde van jaarlijkse rendementen vertelt niet precies hoeveel je vermogen is gegroeid.

Stel dat €10.000 eerst 20% stijgt en daarna 20% daalt. Na het eerste jaar is er €12.000. Na de daling blijft €9.600 over. Het rekenkundige gemiddelde van plus 20% en min 20% is nul, maar je hebt toch 4% minder dan bij de start.

Je moet iedere stijging of daling dus berekenen over het bedrag dat op dat moment over is. Bij stortingen of opnames doet ook het moment ertoe. Een daling vlak voordat je een groot bedrag nodig hebt, kan een probleem zijn, zelfs wanneer eerdere jaren goed waren.

Daarom past een noodbuffer niet vanzelf bij dezelfde beleggingen als geld voor een doel over dertig jaar. Hoe dichter het gebruiksmoment nadert, hoe belangrijker het wordt om te beoordelen hoeveel waardeschommeling je nog kunt dragen.

Kosten werken ieder jaar door

Een klein jaarlijks verschil wordt over een lange periode zichtbaar. Groeit €10.000 dertig jaar met netto 5% per jaar, dan is de uitkomst ongeveer €43.219. Bij netto 4% is dat ongeveer €32.434. Het verschil bedraagt circa €10.785.

Dit is een vergelijking van twee vaste netto groeipercentages. Bij een echt spaar- of beleggingsproduct hangt de uitkomst ook af van welke kosten je betaalt en wanneer die worden afgeschreven. Het voorbeeld laat wel zien waarom doorlopende kosten aandacht verdienen: betaald geld kan daarna zelf niet meer meegroeien.

Belasting kan de netto groei eveneens verminderen. De uitwerking hangt af van onder meer je fiscale situatie, het soort rekening en de geldende regels. Een berekening vóór belasting is daarom geen voorspelling van het bedrag dat je uiteindelijk vrij kunt besteden.

Een hoger saldo kan minder kopen dan je denkt

Als prijzen stijgen, kun je met hetzelfde geld minder kopen. Dat is het effect van inflatie. Neem opnieuw de €43.219 na dertig jaar. Bij een veronderstelde inflatie van elk jaar 2% heeft dat bedrag ongeveer dezelfde koopkracht als €23.860 bij de start.

Het verschil tussen saldo en koopkracht helpt vooral om een doel eerlijk te beoordelen. Voor een toekomstige uitgave heb je mogelijk meer euro’s nodig dan diezelfde uitgave vandaag kost.

Sparen en beleggen lossen dit vraagstuk verschillend op. Bij sparen is het bedrag op je rekening doorgaans zekerder. Toch kun je er door stijgende prijzen en belasting later minder mee kopen. Beleggen biedt mogelijkheden voor groei, met onzekerheid over de waarde. Het woord samengesteld neemt dat verschil niet weg.

De gewoonte moet langer meegaan dan de rekensom

Een groeimodel kan moeiteloos dertig jaar vooruit. Een huishouden krijgt in die tijd te maken met verhuizingen, minder inkomen, zorg en andere prioriteiten. Kies daarom een inleg die niet alleen deze maand, maar ook in een minder gunstige periode uitvoerbaar is.

Een afzonderlijke buffer kan helpen voorkomen dat langetermijnvermogen op een ongelukkig moment moet worden verkocht. Controleer af en toe of je doel en je verdeling tussen sparen en beleggen nog passen. Je hoeft niet dagelijks te vergelijken met een voorbeeld dat ieder jaar precies evenveel groeit.

Opbrengst kan alleen verder groeien als je het geld laat staan. Begin daarom met een bedrag dat je kunt missen, let op de kosten en kies een risico waarmee je kunt leven. Tijd kan veel verschil maken, maar de werkelijke uitkomst blijft afhangen van wat je verdient en hoe lang je kunt volhouden.

Algemene informatie; geen persoonlijk financieel of fiscaal advies.