Spaargeld op naam van je kind: van wie is het en wie betaalt belasting?

Een moeder en tiener zitten aan een zonnige houten tafel met een groen doosje en een open notitieboek.

Een eigen spaarrekening voor je kind voelt overzichtelijk. Verjaardagsgeld erbij, af en toe een bedrag van opa en oma en misschien iedere maand een vaste inleg. Het geld is bedoeld voor later: een studie, rijbewijs of eerste woning. Toch blijven er vaak twee vragen liggen. Wie mag straks bepalen wat ermee gebeurt? En bij wie hoort het geld in de belastingaangifte?

Die vragen hebben verschillende antwoorden. Geld kan juridisch van je kind zijn, terwijl het voor de inkomstenbelasting bij jou meetelt. Dat is geen reden om niet te sparen. Wel een reden om vooraf duidelijk te kiezen op wiens naam je dat doet. Dit artikel gaat over de Nederlandse regels voor gewone spaarrekeningen en beleggingen.

Voor je kind sparen is niet altijd hetzelfde als aan je kind schenken

Zet je geld op een gewone rekening op naam van je kind, dan is dat in beginsel geld van je kind. Als ouder beheer je het zolang je kind minderjarig is. Dat beheer maakt het geen vrij beschikbaar deel van je eigen huishoudpot. De bedoeling is dat je zorgvuldig met het geld omgaat in het belang van je kind.

Spaar je op een rekening op je eigen naam, dan blijft het geld van jou. Ook als het spaarpotje in je bankapp ‘studie Noor’ heet. Dat geeft ruimte om later te beslissen hoeveel je schenkt en wanneer. Het betekent ook dat je kind dat bedrag nog niet heeft gekregen. Een goede bedoeling en een uitgevoerde schenking zijn twee verschillende dingen.

Geen van beide keuzes is automatisch beter. Wil je nu echt iets overdragen, of wil je geld beschikbaar houden om later te helpen? Beantwoord die vraag voordat je alleen de spaarrente vergelijkt. Kijk ook naar opnamevoorwaarden. Een iets hogere rente is minder aantrekkelijk als je het geld niet kunt gebruiken op het moment dat het nodig is.

Een eigen rekening levert geen eigen box 3-vrijstelling op

Voor gewone spaargelden en beleggingen van een minderjarig kind gelden Nederlandse toerekeningsregels. Heeft je kind op 1 januari nog niet de leeftijd van 18 jaar bereikt en heb jij het ouderlijk gezag, dan moet je het betreffende vermogen meenemen bij de aangifte van de ouder of ouders. Het saldo op die peildatum is daarbij het uitgangspunt.

Een kinderrekening maakt dat vermogen dus niet vanzelf onzichtbaar voor box 3. Ook een rekening waarop alleen familie geld heeft gestort, kan meetellen. De naam op de rekening zegt wie het geld bezit, maar bepaalt niet op zichzelf wie het voor de inkomstenbelasting moet opgeven.

Dat betekent overigens niet dat iedere euro spaargeld onmiddellijk wordt belast. Of je box 3-belasting betaalt, hangt ook af van jullie totale vermogen, vrijstellingen en de toepasselijke berekening. Hier gaat het om de stap daarvoor: welk geld moet je überhaupt meenemen? Voor bijzondere producten, zoals fiscaal erkende groene beleggingen, gelden afwijkende regels.

Een klein voorbeeld maakt het verschil zichtbaar

Stel dat een gezin op 1 januari €30.000 op de rekeningen van de ouders heeft en €8.000 op de rekening van hun zestienjarige dochter. Voor het overzicht van gewone banktegoeden tellen zij dan samen €38.000 mee. Dat is nog geen berekening van de verschuldigde belasting.

Op hun eigen gezinsbegroting zouden zij diezelfde bedragen juist apart moeten houden. De €8.000 is van hun dochter en bedoeld voor haar toekomst. Het is geen extra noodbuffer voor een kapotte auto of tijdelijk minder inkomen van een ouder. Zo kunnen twee overzichten terecht verschillen: het belastingoverzicht telt bedragen samen, het huishoudbudget bewaakt van wie het geld is.

Dat onderscheid voorkomt ook te ruim sparen voor later terwijl er thuis nauwelijks reserve overblijft. Bepaal eerst welke buffer je gezin nodig heeft. Een bescheiden maandbedrag dat jarenlang vol te houden is, kan beter passen dan een grote storting die je kort daarna eigenlijk weer nodig hebt.

Wie geeft het geld aan als ouders uit elkaar zijn?

Bij gescheiden ouders is niet alleen belangrijk waar het kind woont. Voor de inkomstenbelasting speelt het ouderlijk gezag een rol. Hebben beide ouders het gezag en zijn zij geen fiscale partners, dan geeft ieder in beginsel de helft van het betreffende vermogen aan. Heeft één ouder als enige het gezag, dan komt het bij die ouder terecht.

Fiscale partners behandelen het vermogen binnen hun gezamenlijke aangifte. Rond een scheiding kan de situatie ingewikkelder zijn, bijvoorbeeld als het partnerschap gedurende het jaar eindigt. Ga daarom niet alleen af op wie de rekening heeft geopend of wie het meeste heeft gestort.

Praktisch helpt één gedeeld overzicht. Noteer per rekening de eigenaar, het saldo op 1 januari en welke gegevens ieder in de aangifte gebruikt. Daarmee voorkom je dat hetzelfde geld dubbel wordt opgegeven, of dat beide ouders denken dat de ander het al heeft geregeld.

Een bijbaan hoort weer in een andere aangifte

Het loon van je minderjarige kind tel je niet zomaar bij je eigen salaris op. Loon uit een bijbaan geeft je kind zelf aan. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld winst uit een eigen onderneming van het kind. Heeft een werkgever loonheffing ingehouden, dan kan aangifte doen een teruggaaf opleveren. Die teruggaaf staat niet vooraf vast.

Het verschil tussen inkomen en vermogen kan verwarrend zijn. Een loonbetaling is inkomen van je kind. Het deel dat daarna op de spaarrekening blijft staan, is spaargeld en kan op een volgende peildatum onder de regels voor minderjarig vermogen vallen. De herkomst uit zelfverdiend loon verandert dat niet automatisch.

In het artikel over belasting terugvragen bij een bijbaan lees je hoe je zo’n aangifte aanpakt. Houd de jaaropgaaf van de werkgever en het jaaroverzicht van de bank daarom allebei bij. Ze beantwoorden elk een andere belastingvraag.

Schenken heeft een eigen grens

Een storting van ouders op naam van hun kind kan een schenking zijn. Daarvoor bestaat een jaarlijkse vrijstelling. In 2026 kunnen ouders samen €6.908 aan hun kind schenken binnen die vrijstelling. Ook gescheiden ouders worden hiervoor samen als één schenker gezien. Je hebt dus niet allebei apart dat volledige bedrag beschikbaar.

Tel losse overboekingen binnen hetzelfde kalenderjaar bij elkaar op. Een maandelijkse inleg, een verjaardagsbedrag en een extra storting in december kunnen samen relevant zijn. Kom je boven de toepasselijke vrijstelling, dan moet je beoordelen of aangifte schenkbelasting nodig is en welk bedrag belast wordt. Voor giften van andere familieleden gelden andere grenzen.

De schenkbelasting en box 3 doen hier ieder hun eigen werk. Een schenking kan binnen de jaarlijkse vrijstelling vallen, terwijl het geschonken spaargeld zolang je kind minderjarig is nog steeds bij het vermogen van de ouders meetelt. ‘Belastingvrij schenken’ betekent dus niet ‘dit geld speelt nergens meer mee’.

Vergeet toeslagen niet

Spaargeld van een minderjarig kind kan ook meetellen voor de vermogensgrens van toeslagen. Dat is een aparte controle naast de inkomstenbelasting. Geen box 3-belasting betalen is daarom geen garantie dat je vermogen voor iedere toeslag laag genoeg is.

Voor zorgtoeslag, huurtoeslag en kindgebonden budget gelden vermogensgrenzen. Kinderopvangtoeslag kent geen maximale vermogensgrens. Rond een scheiding of de achttiende verjaardag kan de manier van meetellen veranderen. Voor huurtoeslag kan een thuiswonend meerderjarig kind als medebewoner nog steeds relevant zijn.

Ontvang je kindgebonden budget, controleer dan ook de spaarrekeningen van je kinderen wanneer je het gezinsvermogen bekijkt. Een spaarplan dat alleen rekening houdt met rente mist anders een mogelijk gevolg voor het geld dat maandelijks binnenkomt.

Wat verandert er bij achttien jaar?

Bij een gewone rekening op naam van je kind krijgt je kind vanaf achttien jaar zelf de zeggenschap. Je wens dat het geld later naar een woning gaat, is niet hetzelfde als een juridisch vastgelegde beperking. Wil je bijzondere voorwaarden stellen, regel dat vooraf en laat beoordelen hoe dat zorgvuldig kan.

Voor de gewone box 3-peildatum blijft 1 januari bepalend. Wordt je kind in augustus achttien, dan was het op 1 januari nog minderjarig. Voor dat belastingjaar kijk je dus niet uitsluitend naar de leeftijd op de dag waarop je de aangifte invult.

Begin het gesprek over het spaargeld ruim vóór die verjaardag. Laat zien hoe het bedrag is opgebouwd en bespreek welk deel voor plannen op korte termijn beschikbaar is. Je hoeft het niet eens te zijn over iedere toekomstige uitgave om samen te oefenen met keuzes, kosten en gevolgen.

Maak het spaarplan begrijpelijk voor iedereen

Een bruikbaar plan past op één bladzijde: van wie is de rekening, waarvoor wordt gespaard, wie legt in en wanneer moet het geld beschikbaar zijn? Bewaar daarnaast de jaaroverzichten en gegevens over grotere schenkingen. Zo blijft de bedoeling ook duidelijk als de gezinssituatie verandert.

Twijfel je hoe het vermogen van je kind in jouw aangifte thuishoort, dan kan Farshad Bashir meekijken bij je aangifte inkomstenbelasting. Het belangrijkste is dat bezit, belasting en je eigen budget niet door elkaar gaan lopen. Dan help je je kind vooruit met geld dat echt voor die toekomst beschikbaar is.

Algemene informatie; geen persoonlijk financieel of fiscaal advies.