Werk je en heb je een jong kind? Dan kun je in 2026 recht hebben op de inkomensafhankelijke combinatiekorting, meestal afgekort tot IACK. Die verlaagt je inkomstenbelasting en kan oplopen tot €3.032. Je krijgt de korting niet simpelweg omdat je ouder bent: je eigen arbeidsinkomen, de leeftijd van je kind en je gezinssituatie bepalen het recht.

Juist doordat er zoveel regelingen voor ouders bestaan, raken ze gemakkelijk door elkaar. De combinatiekorting vraag je aan via je belastingaangifte. Kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget lopen via een andere route en hebben andere voorwaarden. Ik loop hieronder door de vragen die je nodig hebt om je aangifte over 2026 goed te controleren.

Voor wie is de combinatiekorting in 2026?

De regeling is bedoeld voor ouders die werk combineren met de zorg voor een jong kind. Voor de gebruikelijke situatie gelden deze voorwaarden samen:

De leeftijd wordt dus aan het begin van het jaar bekeken. Wordt je kind in april 2026 twaalf, dan is de leeftijd op zichzelf geen belemmering voor dat jaar. Was het kind op 1 januari al twaalf, dan voldoet het voor 2026 niet aan deze voorwaarde. Een jonger kind in je gezin kan uiteraard wel meetellen.

Twee jonge kinderen geven geen dubbele combinatiekorting. Je berekent de korting per rechthebbende ouder, niet per kind. De geboorte van een tweede kind verdubbelt het bedrag daarom niet.

Welk inkomen telt mee?

Arbeidsinkomen is inkomen uit werk, zoals je loon en je inkomen als ondernemer. Het is iets anders dan het geld dat iedere maand op je rekening binnenkomt. Je nettosalaris is bijvoorbeeld al verminderd met inhoudingen. Bij een onderneming is omzet evenmin hetzelfde als arbeidsinkomen: van de verkoopopbrengsten moeten eerst zakelijke kosten af.

Gebruik bij het controleren van de aangifte daarom je jaaropgaven en de gegevens van je onderneming. Spaargeld, kinderbijslag en ontvangen alimentatie zijn geen arbeidsinkomen. Het inkomen voor toeslagen wordt anders berekend; neem dat niet zonder controle over voor deze korting.

Dat verschil telt ook als je partner meer geld ontvangt, maar jij meer verdient met werken. Voor de vergelijking tussen fiscale partners gaat het hier om arbeidsinkomen. Leg dus de juiste bedragen naast elkaar. Alleen de maandelijkse bankontvangsten vergelijken kan de verkeerde ouder opleveren.

Hoe hoog is de korting? Een rekenvoorbeeld

Bereik je in 2026 nog niet de AOW-leeftijd, dan wordt de korting boven de inkomensgrens als volgt opgebouwd: 11,45% van je arbeidsinkomen boven €6.239, met een maximum van €3.032. Bij een arbeidsinkomen van €6.239 of minder is er geen combinatiekorting.

Neem Nora. Ze heeft een dochter van zes, werkt in loondienst en verdient in 2026 €20.000 aan arbeidsinkomen. Haar dochter woont het hele jaar bij haar en Nora heeft geen fiscale partner. Ze voldoet daarmee aan de genoemde voorwaarden.

Voor de berekening gaat eerst €6.239 van haar inkomen af. Er blijft €13.761 over. Daarvan is 11,45% ongeveer €1.576. Dat is de berekende combinatiekorting, afgerond op hele euro’s. Het bedrag op de uiteindelijke aanslag kan door afronding een euro verschillen.

Het is geen zelfstandig potje dat altijd volledig wordt uitbetaald. Heffingskortingen verminderen de belasting en premies die je verschuldigd bent. Je uiteindelijke voordeel hangt daardoor ook af van de belasting die na andere kortingen overblijft. Een ongebruikt deel van deze korting kun je niet via de belasting van je partner laten uitbetalen.

Heb je de AOW-leeftijd al bereikt of bereik je die in 2026, dan geldt een andere berekening. Gebruik daarvoor de berekening in je aangifte of voorlopige aanslag. De formule hierboven is bedoeld voor iemand die in 2026 nog niet de AOW-leeftijd bereikt.

Bij twee werkende ouders telt het lagere arbeidsinkomen

Stel dat Sam en Lotte het hele jaar fiscale partners zijn. Hun zoon van vier woont bij hen. Sam heeft €28.000 arbeidsinkomen en Lotte €46.000. Als zij verder aan de voorwaarden voldoen, heeft Sam recht op de combinatiekorting. Het gezin kan de korting niet naar Lotte schuiven omdat haar aangifte toevallig meer belasting laat zien.

Zijn de arbeidsinkomens precies gelijk, dan krijgt van de fiscale partners de oudste de korting. Ook dan moeten de overige voorwaarden kloppen. Er ontstaat geen tweede recht omdat beide ouders evenveel werken.

De term fiscale partner verdient aandacht. Samenwonen en fiscaal partnerschap zijn geen synoniemen, maar samen een kind hebben kan wel bepalend zijn. In samenwonen, belasting en toeslagen leg ik uit waarom je voor verschillende regelingen andere partnervoorwaarden tegenkomt.

Verandert je relatie gedurende het jaar, vul dan de echte data in. De regel over zes maanden maakt dat een nieuwe partner vanaf het najaar anders kan uitpakken dan een partner met wie je het hele jaar samen bent. Kies niet alleen op basis van hoe je huishouden er op 31 december uitziet.

Co-ouderschap: inschrijving is niet het hele verhaal

Na een scheiding kan een kind maar op één woonadres ingeschreven staan, terwijl beide ouders een groot deel van de zorg dragen. Voor de combinatiekorting kan het kind dan toch bij beide huishoudens meetellen.

Bij de huidige co-ouderschapsregel moet het kind in een kalenderjaar ten minste 156 dagen tot het huishouden van ieder van de ouders behoren. Dat komt gemiddeld neer op drie dagen per week. De verdeling hoeft niet iedere week precies hetzelfde te zijn. Bewaar wel de afspraken en gegevens waaruit de feitelijke zorgverdeling blijkt.

Een bezoekregeling van af en toe een weekend is dus niet automatisch co-ouderschap voor deze korting. Andersom betekent inschrijving bij je ex-partner ook niet vanzelf dat jij geen recht hebt. Beoordeel de zorgdagen en de overige voorwaarden samen.

Iedere ouder wordt afzonderlijk getoetst. Een nieuwe fiscale partner en het arbeidsinkomen van die partner kunnen daarbij meetellen. Wie net uit elkaar is, kan naast de zorgverdeling ook de uitleg over fiscaal partnerschap na een scheiding gebruiken om de aangifte voor te bereiden.

Een baby, minder werken of van baan veranderen

Krijg je in de loop van 2026 een kind, let dan op de periode van ten minste zes maanden waarin het bij je huishouden hoort. Een kind dat pas in november wordt geboren, levert daardoor normaal gesproken nog geen combinatiekorting over 2026 op. De leeftijdsgrens alleen is niet genoeg.

Ga je minder werken, dan kan je arbeidsinkomen dalen en daarmee ook de korting. Je kunt bovendien binnen een stel de minstverdienende ouder worden of die positie juist verliezen. Kijk daarom opnieuw naar de jaarbedragen wanneer je werkweek verandert. Een berekening van januari blijft niet automatisch passen bij een nieuwe baan in september.

Bij de keuze voor een extra werkdag tel je vervolgens meer mee dan alleen deze korting. Extra loon, opvangkosten, reiskosten en veranderende toeslagen bepalen samen wat er netto overblijft. De eigen kosten van kinderopvang zijn daarbij vaak een belangrijk onderdeel.

Aanvragen via je aangifte of voorlopige aanslag

Je vraagt de combinatiekorting aan via de aangifte inkomstenbelasting. De aangifte over 2026 doe je na afloop van dat jaar. Vul de vragen over kinderen, huishoudens, partners en arbeidsinkomen volledig in en controleer het overzicht met heffingskortingen. Alleen je loon controleren is onvoldoende.

Wil je de korting gedurende het jaar al laten meenemen, dan kan dat via een voorlopige aanslag. Daarvoor gebruik je een inschatting van je jaarinkomen en gezinssituatie. Wijzig die voorlopige aanslag wanneer bijvoorbeeld je loon of zorgverdeling verandert. Zo voorkom je dat een te hoge voorlopige teruggave later moet worden terugbetaald.

Ik help bij de aangifte inkomstenbelasting als je de samenhang tussen je werk, kinderen en fiscale partner wilt laten controleren. Neem daarvoor de jaaropgaven, gegevens over de kinderen en eventuele afspraken over co-ouderschap mee. Met concrete data en bedragen is de beoordeling een stuk eenvoudiger.

Verwar de korting niet met kindgebonden budget

Kom je in een oud overzicht de alleenstaandeouderkorting of ouderschapsverlofkorting tegen? Die bestaan sinds 2015 niet meer. De extra ondersteuning voor alleenstaande ouders binnen het kindgebonden budget is een andere regeling, met eigen inkomens- en vermogensvoorwaarden.

Je kunt daarom niet uit de uitkomst van de combinatiekorting afleiden of je ook kindgebonden budget krijgt. Controleer beide apart. Houd voor je administratie één overzicht bij met je arbeidsinkomen, je gezinssituatie en de regelingen die je hebt aangevraagd. Dan zie je bij een verandering meteen welke berekeningen opnieuw nodig zijn.