Een kapotte wasmachine is vervelend. Een kapotte wasmachine in de maand waarin je inkomen wegvalt, is een ander probleem. Toch worden die twee situaties vaak onder hetzelfde woord geschoven: buffer. Wie wil weten hoeveel spaargeld genoeg is, moet eerst bepalen waarvoor dat geld beschikbaar moet zijn.
Een huurder zonder auto kan minder onverwachte rekeningen voor bezit krijgen dan een gezin met een koopwoning en twee auto’s. Maar als die huurder afhankelijk is van één onzekere inkomstenbron, kan juist een ruimere reserve nodig zijn om de maandelijkse uitgaven te blijven betalen.
Hoeveel je nodig hebt, hangt af van je vaste lasten, de tegenvallers die je kunt verwachten en de tijd die je nodig hebt om die op te lossen. Dat geeft meer houvast dan één getal dat voor iedereen zou gelden.
Geef je spaargeld verschillende taken
Op een spaarrekening kan geld met verschillende bestemmingen staan die je beter niet door elkaar haalt. Een daarvan is geld voor onverwachte noodzakelijke uitgaven: een reparatie, vervanging van een essentieel apparaat of zorgkosten die je zelf moet betalen. Dat is je uitgavenbuffer.
Een andere bestemming is het tijdelijk opvangen van een lager inkomen. Je boodschappen worden niet goedkoper zodra een opdracht wegvalt. Dit is een inkomensreserve. Dat geld is bedoeld om je gewone rekeningen te blijven betalen. Houd het (mentaal) apart van het bedrag voor een kapotte koelkast, ook als het op dezelfde rekening staat.
Daarnaast zijn er geplande uitgaven. Een vakantie, een jaarlijkse verzekeringspremie en onderhoud waarvan je al weet dat het eraan komt, verdienen een eigen reservering. De precieze datum kan onzeker zijn, maar de uitgave zelf is geen verrassing. Geld om later minder te werken heeft weer een ander doel.
Dat onderscheid voorkomt dat hetzelfde geld drie keer wordt uitgegeven op papier. Wie €12.000 heeft gespaard, waarvan €4.000 voor een verbouwing en €2.000 voor een reis, heeft voor andere tegenvallers nog €6.000 beschikbaar. Het banksaldo is €12.000; de vrije reserve is kleiner.
Begin met wat er in jouw huishouden stuk kan gaan
Loop eens door je woning en je gewone week. Welke dingen heb je nodig om te wonen, te werken en voor je gezin te zorgen? Welke rekening zou je niet kunnen uitstellen? Kijk daarbij naar een bruikbare vervanging, niet automatisch naar het nieuwste of duurste model.
Een auto die nodig is om op je werk te komen, weegt anders dan een tweede auto die vooral handig is. Bij een eigen woning kunnen noodzakelijke reparaties voor eigen rekening komen. Wie huurt, draagt doorgaans minder verantwoordelijkheid voor groot onderhoud, maar blijft wel verantwoordelijk voor eigen spullen en bepaalde kleine reparaties. Wie een reparatie betaalt, hangt af van de afspraken en van wat er kapot is gegaan.
Kinderen vergroten het aantal uitgaven dat je niet eenvoudig kunt pauzeren. Denk ook aan een bril, tandzorg of een andere noodzakelijke uitgave die niet volledig verzekerd is. Controleer wat je verzekering vergoedt en wat je zelf betaalt. Neem geen zorgbedrag over van iemand met een ander pakket of andere behoeften.
Tel vervolgens niet elk denkbaar rampscenario tegelijk op. Alle apparaten, de auto en het dak hoeven niet standaard in dezelfde maand vervangen te worden. Kijk wel welke tegenvallers kunnen samenhangen. Waterschade kan bijvoorbeeld zowel herstel als tijdelijke extra kosten veroorzaken. Richt je buffer op tegenvallers die je redelijkerwijs kunt verwachten. Alles tegelijk opvangen is meestal niet haalbaar.
Bereken bij inkomensverlies het tekort
Voor je inkomensreserve zijn noodzakelijke uitgaven een beter vertrekpunt dan je volledige salaris. Zet op een rij welke maandelijkse uitgaven echt nodig blijven. Huur of hypotheek, energie, boodschappen, verzekeringen, vervoer en zorg lopen door. Een maand zonder vakantiepot of extra beleggingen kan tijdelijk wel.
Trek daar de inkomsten van af die ook na die tegenvaller blijven binnenkomen. Dat kan het salaris van je partner zijn of een uitkering waarop je volgens de geldende voorwaarden recht hebt. Reken niet op een recht, bedrag of ingangsdatum die je nog niet hebt gecontroleerd. Ook een tijdelijke wachttijd kan spaargeld vragen.
Daarna komt de lastigste inschatting: hoeveel tijd heb je nodig? Een nieuwe baan vinden is niet voor iedereen even eenvoudig. Je vak, gezondheid, zorgtaken en de mogelijkheid om tijdelijk ander werk te doen, bepalen mee hoe lang een tekort kan duren. Een abonnement opzeggen lukt sneller dan goedkoper gaan wonen.
Met twee inkomens kun je het verlies van één salaris misschien beter opvangen. Werken beide partners bij dezelfde werkgever of in dezelfde kwetsbare branche, dan kunnen ze tegelijk geraakt worden. En als allebei de salarissen al volledig nodig zijn, voorkomt het tweede inkomen een tekort niet vanzelf.
Drie rekenvoorbeelden, drie verschillende reserves
De volgende huishoudens zijn fictieve rekenvoorbeelden. De bedragen zijn gekozen om de methode uit te leggen en zijn geen adviesbedragen voor vergelijkbare huishoudens.
Een alleenstaande huurder zonder auto heeft €1.600 per maand nodig voor noodzakelijke uitgaven. Diegene kiest een scenario van drie maanden zonder enig inkomen en reserveert daarvoor €4.800. Daarnaast is €1.500 vrijgehouden voor onverwachte noodzakelijke aankopen. De totale reserve wordt dan €6.300.
Als betrouwbare vervangende inkomsten beschikbaar zijn, kan het berekende tekort lager worden. Duurt het zoeken naar werk langer, dan juist hoger.
Een gezin met een koopwoning heeft €3.200 aan noodzakelijke maanduitgaven. Bij uitval van één inkomen blijft in het gekozen scenario €2.400 netto binnenkomen. Het maandelijkse tekort is €800. Vier maanden overbrugging vraagt €3.200. Met daarnaast een afzonderlijk gekozen uitgavenbuffer van €5.000 komt de reserve op €8.200.
Vallen beide inkomens weg, dan is deze berekening niet toereikend. Het gezin moet apart bekijken hoeveel spaargeld nodig is als beide inkomens wegvallen.
Een zelfstandige heeft privé €2.500 per maand nodig en wil een periode van zes maanden zonder privé-inkomen kunnen overbruggen. Dat vraagt €15.000, nog vóór een afzonderlijke reserve voor onverwachte privé-uitgaven.
Geld voor btw, inkomstenbelasting en lopende bedrijfskosten hoort hier niet bij. Een zakelijke rekening met een hoog saldo kan daardoor toch weinig vrij besteedbaar geld bevatten.
Het verschil zit dus niet alleen in de maandlasten. Het gaat om het tekort dat overblijft, hoe lang je dat moet betalen en welke andere rekeningen er kunnen komen.
Niet al je vermogen kun je meteen uitgeven
Een tweede vrij opneembare spaarrekening telt mee als het geld daar geen andere bestemming heeft. Een deposito dat pas volgend jaar vrijkomt, helpt minder bij een rekening die deze week betaald moet worden. Controleer of eerder opnemen mogelijk is en welke voorwaarden gelden.
Beleggingen zijn vaak verkoopbaar, maar hun waarde kan juist laag zijn op het moment dat je inkomen onder druk staat. Een buffer die alleen groot genoeg is bij gunstige beurskoersen, biedt minder zekerheid dan het saldo suggereert. Overwaarde in je woning vraagt meestal nog meer stappen voordat je ermee kunt betalen. Dat verschil in beschikbaarheid is ook belangrijk bij de keuze tussen extra aflossen en sparen.
Een kredietlimiet is evenmin hetzelfde als eigen spaargeld. Lenen brengt kosten en terugbetalingsverplichtingen mee, terwijl je na inkomensverlies juist minder kunt terugbetalen. Een toezegging van familie kan waardevol zijn, maar neem die alleen mee als de hulp echt is besproken en ook voor de ander haalbaar blijft.
Geld dat je snel nodig kunt hebben, moet je makkelijk kunnen opnemen. De waarde mag niet afhangen van de beurs. Kijk bij een spaarrekening ook welke depositogarantie geldt. Onder de Nederlandse Depositogarantie is geld in beginsel beschermd tot €100.000 per persoon per bank. Meerdere merknamen kunnen onder dezelfde bankvergunning vallen.
Bouw een bedrag op dat je kunt gebruiken
Een berekend einddoel kan groot voelen. Verdeel het dan in stappen: eerst een veelvoorkomende onverwachte rekening kunnen betalen, daarna meer soorten tegenvallers opvangen en vervolgens de inkomensreserve versterken. Een beginnende buffer heeft al nut voordat het hele doel is bereikt.
Kies een terugkerend bedrag dat past bij wat er werkelijk overblijft. Bij wisselende inkomsten kan een deel van een goede maand helpen, nadat belasting en bekende verplichtingen apart zijn gezet. Een te ambitieuze automatische overboeking die je elke maand terugboekt, maakt de reserve niet steviger.
Maak ook een afspraak met jezelf over gebruik en aanvulling. Is de noodzakelijke reparatie betaald, dan heeft de buffer zijn werk gedaan. Stel daarna vast hoe je hem opnieuw opbouwt. Laat het geld niet ongebruikt staan als je daardoor duur moet lenen voor die reparatie.
Genoeg verandert mee met je leven
Een verhuizing, kind, andere baan, nieuwe auto of start als ondernemer kan de benodigde reserve veranderen. Ook hogere vaste lasten tellen mee. Loop de berekening opnieuw langs wanneer zo’n verandering plaatsvindt en bekijk periodiek of de gekozen bedragen nog realistisch zijn.
Andersom mag het doel ook dalen. Een afbetaalde lening of het wegdoen van een auto kan ruimte geven. Blijf je zonder nieuw risico steeds meer geld als buffer bestempelen, dan kunnen andere doelen onnodig blijven liggen.
Een goede reserve helpt je noodzakelijke rekeningen te betalen en geeft je tijd om een oplossing te vinden. Het juiste bedrag is het bedrag waarvan je kunt uitleggen welk risico het opvangt. Zodra die uitleg klopt, heb je meer aan je buffer dan aan een willekeurig rond getal op de spaarrekening.
