Nieuwe schoenen, een grotere fiets en kleding die alweer te klein is. Sommige kosten van kinderen zie je maanden van tevoren aankomen. Andere lijken zich in dezelfde dure week op te stapelen. Het kindgebonden budget kan helpen om die gewone gezinsuitgaven te betalen.
Deze maandelijkse bijdrage staat los van de kinderbijslag en de kinderopvangtoeslag. Je kunt dus al kinderbijslag ontvangen en daarnaast recht hebben op kindgebonden budget. Of dat zo is, hangt onder meer af van je inkomen, vermogen en gezinssituatie.
Het loont om die voorwaarden te controleren, ook als je al langer kinderen hebt. Minder werken, een scheiding of een nieuwe partner kan de uitkomst veranderen. Hieronder lees je hoe de regeling werkt in 2026 en hoe je de bijdrage een plek geeft in je begroting.
Drie regelingen die je uit elkaar moet houden
Kinderbijslag is de bijdrage die je via de Sociale Verzekeringsbank, de SVB, krijgt voor de kosten van kinderen. De betaling komt per kwartaal. Je inkomen bepaalt niet hoe hoog die gewone kinderbijslag is. Leeftijd en andere voorwaarden spelen wel een rol.
Het kindgebonden budget is een aanvullende bijdrage van Dienst Toeslagen. Die wordt per maand betaald en hangt wel af van je financiële situatie. Het geld is bedoeld voor de kosten van kinderen. Je hoeft daarvoor niet aan te tonen dat een bepaalde winterjas of schooltas precies zoveel heeft gekost.
Kinderopvangtoeslag is weer iets anders. Die helpt bij de kosten van opvang die aan de voorwaarden voldoet. Daarbij gelden eigen regels, onder meer voor de opvang en voor werk of andere toegestane activiteiten van de ouders. In ons artikel over kinderopvangtoeslag en je eigen kosten lees je daar meer over.
Je hoeft dus geen kinderopvang af te nemen om kindgebonden budget te krijgen. Ook een gezin waarin één ouder thuis is, kan ervoor in aanmerking komen. Alleen het woord toeslag zegt nog niet welke voorwaarden van toepassing zijn.
Voor welk kind kun je het krijgen?
Het kindgebonden budget is bedoeld voor kinderen jonger dan 18 jaar. Meestal is een belangrijke voorwaarde dat je voor het kind kinderbijslag ontvangt. De ouder op wiens naam die kinderbijslag staat, is ook degene die voor het kindgebonden budget in beeld komt.
Bij kinderen van 16 of 17 jaar kunnen uitzonderingen gelden als er geen kinderbijslag is, maar je wel voldoende bijdraagt aan hun onderhoud. Zo’n situatie vraagt om een aparte controle. De algemene uitleg voor een gezin dat gewoon kinderbijslag ontvangt, geeft dan niet automatisch het juiste antwoord.
Verder moet je verblijfsstatus voldoen aan de toeslagvoorwaarden. Bij een kind, ouder of partner in het buitenland kunnen extra regels spelen. Ga bij grensoverschrijdend wonen of werken daarom niet alleen af op de Nederlandse inschrijving van één gezinslid.
Er is geen inkomensgrens die voor elk gezin klopt
De hoogte hangt af van hoeveel kinderen meetellen, hun leeftijd, je inkomen en of je een toeslagpartner hebt. Daarom is één algemeen bedrag als maximale inkomensgrens niet genoeg. Een gezin met meerdere kinderen kan bij hetzelfde inkomen een andere uitkomst hebben dan een gezin met één kind.
Bij oudere kinderen kan de bijdrage hoger zijn. Er zijn verhogingen vanaf 12 jaar en vanaf 16 jaar. Die gaan in vanaf de maand na de betreffende verjaardag. Het uiteindelijke bedrag blijft afhankelijk van de rest van de berekening.
Gebruik voor het inkomen je toetsingsinkomen over het kalenderjaar. Dat is niet je nettoloon en voor een ondernemer ook niet de omzet. Vakantiegeld, een bonus of extra opdrachten kunnen de schatting veranderen. In onze uitleg over toetsingsinkomen schatten voor toeslagen zie je hoe je dat aanpakt.
Een proefberekening met je eigen gegevens is daarom nuttiger dan het maandbedrag van een vriend of collega. Vul het juiste jaar in en controleer ook de kinderen die meetellen. Een kleine invoerfout kan de indruk geven dat je veel meer of juist helemaal niets krijgt.
Spaargeld kan het recht helemaal uitsluiten
Voor kindgebonden budget geldt ook een vermogensgrens. In 2026 is die € 146.011 zonder toeslagpartner en € 184.633 samen met een toeslagpartner. Het gaat om het vermogen dat volgens de toeslagregels meetelt, op 1 januari van dat jaar.
Zit je op die datum boven de grens, dan heb je dat jaar geen recht op kindgebonden budget. Later in het jaar spaargeld uitgeven verandert die peildatum niet. Dit werkt dus anders dan de inkomensschatting, die je tijdens het jaar kunt aanpassen.
Niet elke bezitting telt mee. De eigen woning waarin je woont, is normaal gesproken uitgezonderd. Spaargeld en beleggingen kunnen wel meetellen, ook als ze op een buitenlandse rekening staan. Voor aftrekbare schulden gelden eigen regels. Het vermogen van minderjarige kinderen kan bij dat van hun ouders horen.
Bij een toeslagpartner gedurende slechts een deel van het jaar geldt een uitzondering: diens vermogen telt dan niet mee voor jouw vermogensgrens. Controleer daarom de data als jullie in de loop van het jaar partners zijn geworden of uit elkaar zijn gegaan.
Alleenstaande ouder is ook een toeslagbegrip
Een ouder zonder toeslagpartner kan een extra bedrag aan kindgebonden budget krijgen. Dat wordt vaak de alleenstaande-ouderkop genoemd. Het gaat hierbij om de partnerregels van de toeslagen, niet alleen om de vraag wie de meeste boodschappen doet of de kinderen naar school brengt.
Samen op één adres wonen betekent niet altijd dat je toeslagpartners bent. Andersom hoef je niet getrouwd te zijn om wel als partners te gelden. Een gezamenlijk kind of een gezamenlijke koopwoning kan bijvoorbeeld van belang zijn.
Na een scheiding of bij een nieuw huishouden verdient dit een afzonderlijke controle. Een oude betaling kan nog gebaseerd zijn op gegevens die inmiddels niet meer kloppen. Ons artikel over samenwonen, belasting en toeslagen helpt om de verschillende partnerregels uit elkaar te houden.
Bij co-ouderschap maakt de kinderbijslagaanvraag verschil
Verdelen jullie de zorg voor een kind, dan kan de kinderbijslag onder voorwaarden tussen beide ouders worden verdeeld. Daarmee ontstaan niet automatisch twee afzonderlijke rechten op kindgebonden budget voor hetzelfde kind. Van belang blijft welke ouder bij de SVB als aanvrager van de kinderbijslag staat.
Bij meerdere kinderen kunnen co-ouders afspreken dat ieder voor een ander kind de aanvrager is. Beide ouders kunnen dan mogelijk kindgebonden budget krijgen voor het kind dat op hun naam staat, als zij verder aan de voorwaarden voldoen. Dat is geen automatische uitkomst: inkomens en nieuwe partners kunnen verschil maken.
Bespreek de verdeling samen en controleer deze bij de SVB. Alleen onderling geld doorstorten of een ander rekeningnummer gebruiken is niet hetzelfde als de aanvrager veranderen. Bekijk vervolgens voor beide huishoudens wat de afspraak betekent. Zo voorkom je dat jullie een financiële verdeling baseren op bijdragen die later anders blijken uit te vallen.
Soms gaat het vanzelf, soms moet je aanvragen
Ontvang je al een andere toeslag, dan kun je automatisch bericht krijgen over kindgebonden budget als je ervoor in aanmerking komt. Rond de geboorte van een kind kan de verwerking enige tijd duren. Ga er daarom niet direct vanuit dat het ontbreken van een betaling betekent dat je geen recht hebt.
Ontvang je geen andere toeslag, dan moet je het kindgebonden budget doorgaans zelf aanvragen. Ook als een verwacht bericht uitblijft, is het verstandig dit na te gaan. Kijk in Mijn toeslagen of er een berekening staat, op welke naam die staat en welke gegevens zijn gebruikt.
Voor 2026 kun je het kindgebonden budget normaal gesproken aanvragen tot en met 31 december 2027. Aanvragen via de overheid is gratis. Bij bijzondere situaties, zoals uitstel voor de inkomstenbelasting, kan een andere termijn gelden.
De betalingen tijdens het jaar zijn voorschotten. Bij de definitieve berekening kan blijken dat je nog geld krijgt of moet terugbetalen. Geef veranderingen in inkomen of huishouden daarom door zodra je ze kunt inschatten. Wachten op de jaarlijkse belastingaangifte kan betekenen dat maandenlang een onjuist voorschot doorloopt.
Geef de bijdrage een taak in je gezinsbudget
De maandelijkse betaling maakt sommige uitgaven voorspelbaarder. Maar een kind heeft niet iedere maand dezelfde kosten. Juist schoenen, schoolspullen, sport en een fiets kunnen voor pieken zorgen.
Stel dat je voor een deel van die onregelmatige kosten samen € 720 per jaar verwacht. Dan is € 60 per maand apart zetten een bruikbaar startpunt. Dit is een voorbeeld van een uitgavenreserve, geen berekening van je kindgebonden budget. Je eigen kosten en bijdrage kunnen heel anders zijn.
Zet in je begroting de kinderbijslag, het kindgebonden budget en de eventuele kinderopvangtoeslag op afzonderlijke regels. Reken een kwartaalbetaling om als je met maandbedragen werkt. Je ziet dan beter welk geld beschikbaar is voor dagelijkse uitgaven en welk deel je voor grotere rekeningen wilt bewaren.
Twijfel je over het recht of een wijziging door co-ouderschap, een nieuwe partner of wisselende inkomsten? Farshad Bashir kan helpen met toeslagen aanvragen en wijzigen. Daarbij worden de financiële gegevens en gezinssituatie samen bekeken. Dat geeft een beter vertrekpunt dan blijven rekenen met een oud maandbedrag.
